OBS de Bijenkorf

Melchiorstraat 41

1757 PM Oudesluis

Schoolgids 2011-2012

 

EEN WOORD VOORAF. 2

1 DE SCHOOL. 3

1.1 Richting: 3

1.2 Schoolgrootte. 3

2 WAAR DE SCHOOL VOOR STAAT. 4

2.1 Missie en visie van onze school 4

3 DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS. 7

3.1 De samenstelling van het team en ondersteuning. 7

3.2  De activiteiten voor de kinderen. 9

3.2.1 Activiteiten in de onderbouw, groep 1 en 2. 9

3.2.2 Basisvaardigheden (lezen, schrijven, taal en rekenen), groep 3 en 4. 9

3.2.3 Het onderwijs aan de oudere kinderen in de groepen 5 t/m 8. 10

3.2.4. De vakken: 10

3.2.5 Burgerschap, levensbeschouwing en sociale integratie. 12

3.2.6 Tijdsverdeling over de leer- en vormingsgebieden, waar mogelijk in samenhang. 16

3.3  Activiteiten voor kinderen buiten de school. 16

4 DE ZORG VOOR KINDEREN.. 17

4.1 De plaatsing van een kind op school. 17

4.1.1. Toelating, schorsing en verwijdering. 18

4.2 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school. 19

4.3 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften. 21

4.4 De begeleiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs. 23

5 DE LEERKRACHTEN.. 24

6 DE OUDERS. 25

6.1 Informatievoorziening aan ouders over het onderwijs en de school. 25

6.2  Wat u kunt doen in de school 26

6.2.1 De ouderraad.. 26

6.2.2 Medezeggenschapsraad. 27

6.2.3 Overblijfmogelijkheden. 27

6.2.4 Buitenschoolse opvang. 28

6.2.5 Vervoer van kinderen per auto. 28

6.2.6 Luizenwerkgroep.. 28

6.3 Klachtenregeling. 28

7 DE ONTWIKKELING VAN HET ONDERWIJS IN DE SCHOOL. 29

7.1 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs in de school 29

7.2 Zorg voor de relatie school en omgeving. 30

8 SCHOOLREGELS, SCHOOL- EN VAKANTIETIJDEN.. 30

8.1 Schooltijden  30

8.2  Schoolregels: (zie ook bijlage VI) 30

8.3 Verzuim   31

8.4 Vakantietijden 2011-2012. 32

9 NAMEN EN ADRESSEN.. 32

Bestuur van de school 33

Bijlagen: 35

Bijlage I          WSNS  Zorgtrajecten en de positie van ouders 35

Bijlage Ia  Procedure terugplaatsing. 37

Bijlage II:  Toelating, schorsing, verwijdering en Wet op de Leerling Gebonden Financiering (het ‘rugzakje’) 38

Toelating, schorsing en verwijdering leerlingen. 38

Bijlage III: Hoofdluis 39

Bijlage IV :Vakantieverlof 41

Bijlage V: Werkgeversverklaring bij aanvraag extra schoolverlof 42

Bijlage VI : Omgangsregels/ pestprotocol 43

Bijlage VII: Levensbeschouwelijk onderwijs op een openbare school 45

Bijlage VIII: TSO beleid.. 47

Bijlage IX Gemeentelijke subsidies: 54

Bijlage X: Verklarende woorden en afkortingslijst 56

 

EEN WOORD VOORAF

 

Geachte ouders en/of verzorgers,

 

Een bijzonder woord van welkom aan de ouders/verzorgers die dit jaar voor het eerst kinderen bij ons op school hebben. Wij hopen dat u en de kinderen zich bij ons thuis zullen voelen.

 

In deze gids willen wij u graag een beeld geven van onze school. U geeft een deel van de opvoeding van uw kind(eren) gedurende een aantal jaren in handen van ons team. Het is daarom belangrijk om te weten vanuit welke visie er wordt gewerkt, hoe er wordt gewerkt, welke methodes er worden gebruikt, hoe de ontwikkeling van de leerlingen wordt gevolgd en welke rol de ouders hebben.

Wij streven ernaar dat de kinderen, de ouders en de leerkrachten zich prettig en betrokken voelen op onze school en dat de voorzieningen optimaal zijn.

Een school is altijd in beweging en in ontwikkeling. Nieuwe kinderen, nieuwe ouders, nieuwe regelingen, nieuwe methodes etc. Daar spelen wij op in.

 

Met deze gids die door team, ouderraad en medezeggenschapsraad  in samenspraak werd samengesteld hopen wij u een helder beeld te schetsen van openbare basisschool “De Bijenkorf”. De schoolgids is te vinden op de website en op verzoek kunt u een papieren versie van ons ontvangen.

We vragen u deze gids grondig door te nemen. Als u iets leest, wat u niet begrijpt, of iets waarmee u het niet eens bent, laat u dat dan alstublieft weten. Als we niets van u horen, gaan we er vanuit, dat u de inhoud van deze gids onderschrijft. Dan weten we met z’n allen; kinderen, ouders, leerkrachten en andere mensen werkzaam op De Bijenkorf, wat we aan elkaar hebben en waar we voor staan.

 

 Met vriendelijke groet,

Het team van de bijenkorf

 

 

 

 

 

(versie 07-07-2011)

 

 

1 DE SCHOOL

 

Onze school is een openbare basisschool, die staat in het verkeersarme centrum van Oudesluis in de gemeente Zijpe.  De naam van de school ”De Bijenkorf” is geïnspireerd op de zeshoekige vorm van de lokalen, evenals op het “geroezemoes” van de leerlingen (gonzen van de bijen) dat in een school vaak te horen is. De school maakt deel uit van een multifunctioneel gebouw. Wij hebben 4 lokalen met 2 tussenruimtes en twee ruimtes voor leerkrachten tot onze beschikking.  Één van de lokalen wordt gebruikt door de hobbyclub. Het gymnastieklokaal wordt, behalve door de leerlingen van de school, ook door verschillende sportverenigingen gebruikt.

 

Ook beschikt ons gebouw over een eigen peuterlokaal waarin de peuterspeelzaal gehuisvest is. De peuterspeelzaal valt onder de Stichting Kinderopvang Zijpe. De spelotheek maakt gebruik van de multifunctionele ruimte. Verder vinden er in het gebouw vele activiteiten voor volwassenen plaats zoals cursussen, ouderensoos en ehbo-lessen.

 

1.1 Richting:

 

De Bijenkorf is een openbare basisschool. In principe laten wij alle leerlingen toe. Wij staan open voor iedereen die zich denkt thuis te voelen op onze school. De identiteit uit zich door de manier waarop mensen met elkaar omgaan in een sfeer van respect voor ieders opvattingen en leefwijze.

 

Het schoolbestuur is in handen van de Stichting Surplus, een samenwerkingsverband van openbare scholen in de Kop van Noord-Holland. Het stafbureau van Surplus is gevestigd in Schagen en bereikbaar op telefoonnummer 0224-274 555. (Zie adressen)

 

1.2 Schoolgrootte

 “De Bijenkorf” heeft ongeveer 65 leerlingen die verdeeld zijn in jaargroepen.

De groepen 1 t/m 4 vormen de onderbouw.

De groepen 5 t/m 8 vormen de bovenbouw.

Wij streven ernaar de groepsgrootte evenredig te verdelen maar zijn daarbij afhankelijk van gegevens als:

*        het aantal leerlingen

*        de leerling-weging op basis van de opleiding ouders.

Op grond daarvan kunnen wij leerkrachten, de Interne Begeleider en een onderwijsassistente aanstellen. Indien er veranderingen in uw gezinssituatie optreden, verzoeken we u deze door te geven aan de schoolleiding.


2 WAAR DE SCHOOL VOOR STAAT

 

2.1 Missie en visie van onze school

 

Onderwijsvisie:

Het team heeft de volgende missie vastgelegd:

-alle kinderen uitgaande van de verschillende leerbehoeften, zoveel als mogelijk zelfstandig te laten functioneren in een uitdagende, inspirerende omgeving, waarbij de leerkracht als coach, motivator en stimulator een klimaat van veiligheid, respect en genegenheid schept, om een optimale ontplooiing en ontwikkeling te bewerkstelligen. We willen ernaar streven dat kinderen zelf meer regie gaan voeren over hun leerproces, het stimuleren van zelfsturing.

 

Vanuit deze missie sluiten we aan bij het pedagogisch concept van adaptief onderwijs, waarin voortdurend tegemoet wordt gekomen aan de drie basisbehoeften van kinderen; relatie, competentie en autonomie.

 

Speciale aandacht is er voor autonomie van kinderen, zelfsturing en zelfontdekkend leren, de leerkracht heeft dan een coachende rol en draagt zorg voor uitdagingen en prikkels.

 

Daarnaast staat centraal het samenwerkend leren en saamhorigheid om

tegemoet te komen aan competentie/relatie van kinderen.

De Bijenkorf profileert zich als ontmoetingsplek in het dorp en een goede samenwerking tussen schoolleiding, leerkrachten, kinderen en ouders vormt de basis voor een goed schoolklimaat. De Bijenkorf lijkt in een aantal opzichten al op een brede school aangezien een aantal voorzieningen zich al in ons gebouw bevinden. De komende jaren trachten wij de samenwerking te versterken. Een goede school maak je samen.

Het werken op en het samenwerken met De Bijenkorf staat in het teken van respect voor en rekening houden met elkaar. Er is ruimte voor een ieder om zichzelf te zijn. Het is belangrijk dat alle betrokkenen het gevoel hebben optimaal te kunnen functioneren.

 

We beschouwen leren als een vanzelfsprekende, zinvolle en plezierige activiteit, met als doel steeds zelfstandiger te worden. Het samen leren en samenwerken en zorg dragen voor elkaar staat hoog in ons vaandel.

Mogelijke onderwijsachterstanden als gevolg van economische, sociale en culturele omstandigheden bestrijden we actief.

Vanuit geborgenheid en vertrouwen leren wij vaardigheden op cognitief, sociaal, emotioneel, creatief en motorisch gebied aan, met als doel een bijdrage te leveren in de ontwikkeling tot een zelfstandig en positief, kritisch denkend mens.

Uit het voorgaande vloeit voort dat wij met methoden en/of onderwijsleermiddelen werken, die afstemming en ook zelfstandig en samenwerkend leren mogelijk maken.

Ons leerlingvolgsysteem brengt de ontwikkeling van individuele leerlingen in kaart, zodat we zorg op maat kunnen bieden. Kinderen (en hun ouders) hebben recht op een professionele begeleiding.

Hierbij moet opgemerkt worden, dat we steeds beter worden in het vroegtijdig signaleren van leerproblematiek en dat we extra geld uitgeven aan ondersteuning om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de individuele behoeften van kinderen. Tevens resulteert dit in een actief na- en bijscholingbeleid van het team.

 

We streven naar een goede samenwerking met de peuterspeelzaal, het voortgezet en het speciaal onderwijs. De overgang tussen de verschillende typen van onderwijs moet zo soepel mogelijk verlopen. Dit beleid sluit goed aan bij het Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden beleid, wat gestalte krijgt in de vorm van de Vroege- en Voorschoolse Educatie middels een gezamenlijk project (Boekenpret).

 

Het team van De Bijenkorf heeft een ontwerp gemaakt voor de toekomst van de school, want alle veranderingen beginnen met een ontwerp.

Dit wordt de leidraad voor de komende jaren.

 

VAN

 

NAAR

 

 

 

-sturen

 

-coachen

-individueel leren

 

-coöperatief leren

-partijen

 

-partners (saamhorigheid)

-aansturen

 

-zelfsturen

-indirecte communicatie

 

-directe communicatie

-ondoorzichtig

 

-transparant

-iedereen heeft overal verstand van

 

-elkaars kwaliteiten benutten

-vanuit een document werken

 

-vanuit een plan werken/veranderen

 

 

-vertrouwen, relatie vergroten.

-controle

 

-reflectie/evaluatie

 

 

Tijdens de studiedagen die tot doel hadden te onderzoeken hoe we een gedifferentieerd onderwijsaanbod kunnen realiseren waarin kinderen uitgedaagd en gestimuleerd worden tot betekenisvol onderwijs hebben we gekozen voor het concept “Kies Adaptief”.

 

De resultaten van neuro-psychologisch onderzoek gebruiken wij voor ons onderwijsaanbod en manier van instructie geven. De hersenen van kinderen zijn volop in ontwikkeling en dat vraagt om onderwijs dat aansluit bij de mogelijkheden van dit ontwikkelende brein. De komende jaren zullen de studiedagen gericht zijn op het deskundig maken van leerkrachten om een breinvriendelijk onderwijsaanbod te realiseren.

 

 

 

 

Vijf principes van breinvriendelijk onderwijs zijn:

  1. Zorg voor veiligheid. In een veilige situatie is er ruimte om te denken.
  2. Zuurstof en beweging zijn essentieel voor een goede breinfunctie.
  3. Sociale omgang: tijdens samenwerken zijn meer hersengebieden actief en wordt het geleerde beter verwerkt  en vastgehouden.
  4. Gekoppeld aan emotie beklijft informatie beter. Wanneer leerlingen in relatie tot een onderwerp bijvoorbeeld vrolijkheid, een schok of angst ervaren, beklijft de stof langer.
  5. Informatieverwerkingsprocessen stimuleren. Het brein zoekt naar nieuwigheid, voorspelbaarheid, feedback en betekenis.

 

Kern van het concept “Kies Adaptief” is kinderen meer invloed te geven op het leven en leren op school. Om te kunnen participeren moeten kinderen leren hun denken en handelen zelf te sturen. De school is de plaats waar ze dat leren. Op die manier ontwikkelen ze zich tot volwassenen die verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen voor zichzelf en anderen. Dat is de kern waar het in opvoeding en onderwijs om gaat: ontwikkeling van zelfsturing.

Om kinderen mede-eigenaar te maken van het leven en leren op school ontwerpt de leerkracht een krachtige participatieve leeromgeving. Daarin wordt tegemoet gekomen aan de drie basisbehoeften van kinderen: relatie, competentie en autonomie. Relatie wil zeggen dat kinderen ervaren dat ze erbij horen, welkom zijn, mee mogen doen en dat anderen met hen willen samen spelen en werken. Het gevoel van relatie wordt versterkt als kinderen invloed hebben op de manier waarop er met ze wordt omgegaan.

Kinderen ontwikkelen gevoelens van competentie

als ze merken dat ze zich capabel en op hun taak berekend voelen, ze prestaties leveren en daarvoor waardering krijgen van anderen. Leren wordt betekenisvoller als kinderen invloed hebben op wat en hoe er geleerd wordt. De ontwikkeling van autonomie wordt gestimuleerd wanneer kinderen zelf beslissingen mogen nemen, ze kunnen kiezen en verantwoordelijkheid mogen dragen voor hun initiatieven en activiteiten. Als kinderen  betrokken zijn bij de belangrijke zaken in hun leef- en leeromgeving versterkt dat hun gevoel en autonomie.

 

Een leraar die zelfsturing bevordert en tegemoet komt aan deze drie basisbehoeften doet dat door het dagelijks onderwijs zo te regisseren dat:

·                    Er een veilig en tegelijkertijd uitdagend leerklimaat ontstaat, waarvan

kinderen mede-eigenaar zijn;

·                    Kinderen vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om op eigen benen te staan;

·                    Er geleerd wordt in betekenisvolle situaties, waarin kinderen zelf vorm

en inhoud kunnen geven aan hun leren;

·                    Kinderen een reflectieve houding ontwikkelen.

 

Klimaat, vaardigheden, betekenisvolle leersituaties en reflectie zijn de vier regiegebieden van onderwijs.

 

Om onze visie/missie gestalte te geven is gekozen voor het model Coöperatief leren van Kagan. Ook wel bekend onder de noemer meervoudige intelligentie. We streven ernaar de leertijd efficiënter te benutten en kinderen te laten profiteren van elkaars talenten.

 

Coöperatief leren is meer dan samenwerkend leren. De volgende kenmerken zijn er onlosmakelijk mee verbonden:

 

Positieve wederzijdse afhankelijkheid: de opdracht is zo geformuleerd dat leerlingen elkaar nodig hebben voor een goed resultaat;

Individuele aanspreekbaarheid: elk groepslid is aanspreekbaar op de eigen inbreng in de groep en op het gehele groepsresultaat en kan dus op beide facetten aangesproken worden;

Directe interactie: de inhoud van de opdracht nodigt uit tot interactie en de opstelling is bevorderlijk voor die interactie;

Sociale vaardigheid: de voor de samenwerking benodigde vaardigheden worden expliciet aangeleerd en geëvalueerd;

Aandacht voor het groepsproces: een samenwerkingsopdracht wordt regelmatig gevolgd door een nabespreking over de inhoud en het proces.

 

In alle groepen worden werkvormen gehanteerd die het mogelijk maken dat kinderen van elkaar leren. De eerder genoemde vier regiegebieden zijn voor toepassing van dit model een voorwaarde.

 

In iedere groep wordt in ieder geval bij de vakken rekenen en begrijpend lezen gewerkt met “Denken, delen en uitwisselen”. Als de leerkracht een vraag stelt bedenken alle leerlingen eerst voor zichzelf een antwoord en schrijven dit eventueel op. Vervolgens mogen zij overleggen met een andere leerling en daarna vraagt de leerkracht wat het antwoord is. Zo hebben kinderen tijd om na te denken en zijn allemaal aanspreekbaar om het antwoord te geven. Ze ontwikkelen zelfvertrouwen doordat ze middels overleg meer kans hebben om een goed antwoord geven en daardoor - als dat al het geval zou zijn- met minder (faal-) angst het antwoord zullen geven.

 

 

3 DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS

 

 3.1 De samenstelling van het team en ondersteuning

 Het schoolteam van De Bijenkorf bestaat uit 5 leerkrachten en een onderwijsassistente, met ieder een eigen takenpakket en verantwoordelijkheden.

 

Directeur: Marjan Hartog-Feddema

IB-er: Ellen Schilder-Woudenberg

Monique Engel: groep 1-2: ma, di, woe, groep 3-4: do, vr

Mariëlle Steigstra: groep 3-4 ma, di, woe

Marlies Veenstra: groep 5-6

Peter Smit: groep 7-8

Claudia Hoffer: onderwijsassistente

Mariet Wijker: administratie

 

Logopediste

Van de logopedie praktijk Anna Paulowna huren we de diensten in van een logopediste. Haar taak bestaat uit het screenen van de leerlingen van groep 2 en het doorverwijzen naar een particuliere logopedist(e). Deze behandeling wordt in bijna alle gevallen vergoed door u zorgverzekering na een verwijzing van uw huisarts. Het is van groot belang dat spraak/taalontwikkelingsstoornissen in een vroeg stadium worden opgespoord. Daarom wordt aan alle ouders, die zich ongerust maken of vragen hebben over het spreken van hun kind, gevraagd om contact op te nemen met de leerkracht.

 

Conciërge

Annelieke Ooijevaar is elke ochtend en de maandagmiddag als conciërge bij ons op school werkzaam.

 

Onderwijsbegeleidingsdienst

Wij maken gebruik van de diensten van de Onderwijsbegeleidingsdienst Noordwest. Het kantoor is gevestigd te Den Helder. Vanuit de OBD is Drs. Daniëlle van der Werf aan onze school verbonden. Wij kunnen een beroep op haar doen als wij vermoeden dat leerlingen extra aandacht nodig hebben.

 

Schoolartsendienst

Ook personeel van de GGD Kop van Noord-Holland kunt u in school aantreffen. Het team jeugdgezondheidszorg maakt deel uit van de GGD. Zij werken preventief. De 5-6 jarigen worden door een doktersassistente gescreend op o.a. zien, horen en houding, motoriek en de  spraaktaalontwikkeling. Verder worden kinderen op verzoek van ouders, school of doktersassistente door de jeugdarts onderzocht. Alle kinderen rond de leeftijd van 10 à 11 jaar worden uitgenodigd voor een onderzoek door de jeugdverpleegkundige. Tijdens dit onderzoek wordt onder andere gelet op hoe uw kind zich voelt en gedraagt en hoe het gaat in contact met leeftijdsgenoten. Ook is er aandacht voor uw vragen over het gedrag van uw kind en/of de opvoeding.  Voorafgaand aan het onderzoek komt de doktersassistente op school om de lengte en het gewicht van uw kind te meten en om de ogen na te kijken. De resultaten hiervan worden door de verpleegkundige met u en uw kind besproken. 

 

Als u vragen heeft of wanneer u zich zorgen maakt over het lichamelijk welzijn of sociaal/emotioneel welbevinden van uw kind, kunt u een afspraak maken met het team jeugdgezondheidszorg. Het team bestaat uit een jeugdarts, een verpleegkundige en een doktersassistente en is bereikbaar via de hoofdlocatie van de GGD.  Voordat de jeugdarts komt, ontvangt u een vragenlijst. Het is belangrijk deze in te leveren bij de leerkracht omdat u met deze brief ook toestemming geeft voor het onderzoek. Zonder toestemming mag er geen onderzoek of test plaatsvinden.

 

ARBO beleid

Binnen Surplus wordt er werk gemaakt van een bovenschools Arbo-beleid. Op iedere Surplusschool wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Een bovenschoolse Arbo-werkgroep werkt vervolgens de aanbevelingen uit. Op schoolniveau is er een preventiemedewerker  aangesteld. Tevens zijn er op de Bijenkorf 4 gediplomeerde bedrijfshulpverleners aanwezig. Op school wordt er verder een (bijna)ongelukkenregistratie bij gehouden.

3.2  De activiteiten voor de kinderen­

 

3.2.1 Activiteiten in de onderbouw, groep 1 en 2

 In groep 1-2 is er een veelheid aan ontwikkelingsmateriaal, waar de kinderen mee kunnen spelen. Kleuters leren al doende tijdens hun spel. We praten veel met de kinderen over allerlei onderwerpen. Zo leren ze begrippen, woorden en leren ze goed spreken. Dat is belangrijk voor het latere taal- , lees- en rekenonderwijs. In het kleuterlokaal zijn hoeken ingericht n.l.:

de huishoek, bouwhoek, theater- en muziekhoek,computerhoek, puzzel/spelletjes hoek, lees/schrijfhoek, zandtafel, watertafel, teken/knutselhoek, het schilderbord en een krijtbord.

De kinderen zitten regelmatig in ‘de kring’. In de kring vinden gesprekken plaats, maar ook wordt er instructie gegeven over bijvoorbeeld verkeer of wereld oriëntatie.

Natuurlijk wordt er voorgelezen, gezongen, spelletjes gedaan, etc. Daarnaast wordt er gekeken naar programma’s van schooltelevisie.

Dagelijks zijn er ook bewegingsactiviteiten, zowel in de gymzaal als buiten.

 

De ontwikkelingen van ieder kind in groep 1-2 houden de leerkrachten nauwkeurig bij door het uitschrijven van observaties en door toetsgegevens. Zij verwerken dit in het OVMJK; het Ontwikkeling Volg Model voor Jonge Kinderen. Deze gegevens worden met ouders besproken tijdens de 10-minuten gesprekken. Indien u vragen heeft kunt deze uiteraard voor of na schooltijd aan de leerkracht stellen.

3.2.2 Basisvaardigheden (lezen, schrijven, taal en rekenen), groep 3 en 4

Met het structureel leren lezen wordt begonnen in groep 3. Dat doen we met de methode “Veilig leren lezen”. In groep 1-2 zijn letters, woorden en eigen teksten die door de juf worden opgeschreven al heel normaal. In deze “geletterde omgeving” in groep 1-2 komen enkele kinderen min of meer spontaan tot schrijven en lezen. De leerkrachten registreren hoe ver kinderen hierin zijn. Zo starten we in groep 3 op verschillende niveaus. Op eigen niveau wordt dan het leesonderwijs verder aangeboden. Voor ondersteuning bij het leesonderwijs worden ook ouders ingeschakeld.

 

We beginnen in groep 3 met de rekenmethode “De wereld in getallen”. Een rekenmethode die inzicht in getallen op verschillende manieren aanbiedt. Niet alleen het product (antwoord) is belangrijk maar ook de manier waarop dat antwoord tot stand is gekomen (proces).

 

In de groepen 3 en 4 wordt een basis voor lezen, rekenen en zelfstandig werken gelegd. Kinderen leren vaardigheden die noodzakelijk zijn voordat ze naar groep 5 gaan, waar het tempo beduidend omhoog gaat.

Voor schrijven gebruiken we de methode  “Schrift”. In de onderbouw gebruiken we de methode “Schrijfdans”.

Wij geven de kinderen éénmaal een pen en vragen u om een eventuele volgende pen te kopen als de eerste is verdwenen of opgekauwd.

 

In groep 3-4 zijn er ook momenten dat kinderen in hoeken kunnen werken, waarbij de materialen de kinderen uitdagen op een speelse manier bezig te zijn met lezen, taal en rekenen. Daarnaast is er tijd en gelegenheid om te spelen.  Verder wordt er gezongen, getekend, gedramatiseerd, handvaardigheid gedaan en naar schooltelevisieprogramma’s gekeken.

 

3.2.3 Het onderwijs aan de oudere kinderen in de groepen 5 t/m 8.

 In de groepen 5 t/m 8 komen de vertrouwde vakken als lezen, taal, rekenen en schrijven aan de orde. We vervolgen met de eerder genoemde methodes. Voor begrijpend lezen hanteren we de nieuwe versie van de methode “Goed Gelezen”. De beheersing van de instrumentele vaardigheden zoals lezen, schrijven, het uitdrukken in mondelinge en geschreven taal en het werken met getallen wordt door ons gezien als belangrijke voorwaarde voor de verwerving van kennis over de wereld en het zich creatief kunnen uitdrukken. De vakgebieden aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, waaronder milieueducatie, werken met de computer, Engels, gezondheidsvoorlichting en -opvoeding, verkeer, expressieactiviteiten, muziek en bewegingsonderwijs komen evenwichtig aan bod.

3.2.4. De vakken:

 

Wereldoriënterende vakken:

nieuwe methode

We werken door de hele school met nieuwe methodes voor wereldoriëntatie  en wel de “Wijzer door…”- serie van uitgeverij Wolters-Noordhoff.  Voor de natuurlessen gebruiken wij “Wijzer door  natuur en techniek”, voor aardrijkskunde en topografie “Wijzer door de wereld” en voor geschiedenis “Wijzer door de tijd”. De methodes sluiten aan bij onderwerpen die kinderen elke dag meemaken.

 

Vanaf groep 5 leren we kinderen zelf informatie te gaan zoeken op het internet, in de bibliotheek en in het documentatiecentrum en met die informatie werkstukken te maken. Bij sommige onderwerpen geven de Teleac/NOT- televisie programma’s, zoals bijvoorbeeld “Nieuws uit de Natuur”, een goede aanvulling op de lessen die in de klas gegeven worden.

 

 

Expressie activiteiten

De vakken tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen krijgen de nodige aandacht. We putten onze ideeën uit de methoden “Tekenvaardig” en “Handvaardig” van uitgeverij Bekadidact. Daarnaast zijn er diverse bronnenboeken op school aanwezig. Daarnaast organiseren wij een paar keer per jaar een atelier. Hierbij gaan de leerlingen groepsdoorbrekend (dus niet perse met hun eigen klas) aan de slag met een zelfgekozen activiteit. Hierbij komen de wat meer bewerkelijke onderdelen van expressie aan de orde zoals bijvoorbeeld linoleum-snijden, zagen, timmeren, solderen, enz.

 Drama of dans wordt eens per week gegeven. We volgen de methodes “Drama moet je doen” en “Dans moet je doen”. Eens per jaar nemen we samen met de andere scholen in de gemeente Zijpe deel aan een groot cultureel project. Dit project wordt begeleid door Triade; Centrum voor Kunstzinnige Vorming uit Den Helder. Regelmatig halen we voorstellingen naar de school of gaan we naar het theater.

Voor muziek werken wij met de methode “Muziek moet je doen”.

 

 Bewegingsonderwijs

Meester Peter is onze gymspecialist en geeft alle groepen gymles.  Hij maakt hierbij gebruik van de methode Planmatig bewegingsonderwijs. Alle leerlingen gymmen op maandag en donderdag. Op het moment dat hij gymles geeft verzorgt de leerkracht van de andere groep een vak voor de groep van meester Peter. Gymschoenen met elastiek of klittenband zijn handig voor jonge kinderen. De gymkleding van de kleuters kan op school blijven en wordt in elk geval voor iedere vakantie mee naar huis gegeven voor de was. Het is verplicht om schoenen met een witte zool te dragen. De leerlingen van de groepen 3 t/m 8 moeten na de gymles douchen. Douchen is verplicht. Als een kind een keer niet kan douchen, is een briefje van een ouder/verzorger noodzakelijk. De kinderen moeten voor de gymles dus altijd gymkleding en een handdoek mee naar school nemen.

 

Kringgesprekken

Door de hele school heen worden op bepaalde tijden kring/leergesprekken gehouden. In de kring wordt een spreekbeurt gehouden, een thema geïntroduceerd, over een gelezen boek verteld of staat een stuk uit de krant centraal. We hebben ervoor gekozen om geen klassikale “weekendkring” meer te houden. De kinderen vertellen elkaar nu in kleine groepjes wat ze beleefd hebben. Dit zorgt ervoor dat iedereen aan de beurt komt om te vertellen, ze elkaar betrokken vragen kunnen stellen en kinderen niet lang hoeven te wachten tot ze aan de beurt zijn. Ieder groepje koppelt de belangrijkste dingen terug naar de groep. Voor ‘wereld schokkend nieuws’ van een kind is uiteraard altijd ruimte.

 

Verkeer en jeugd EHBO

Naast regelmatige gesprekken over verkeersregels hebben we de methode “Wijzer door het verkeer”. Eens per twee jaar doet groep 7/8 mee aan het landelijk verkeersexamen. Om het jaar in groep 7/8 verzorgt de plaatselijke EHBO-vereniging de cursus jeugd-EHBO welke wordt afgesloten met een examen.

 

Bibliotheek/documentatiecentrum

De bibliotheek en het documentatiecentrum bestaan uit een groot aantal boeken en informatiemateriaal. De  verhalende boeken worden allemaal in gedeeld op AVI niveau. Er zijn 13 niveaus van avi 0 tot avi 12. De kinderen kunnen zelf in de centrale bibliotheek hun boeken kiezen. Er zijn ook leesgroepjes die zogenaamd VOL-lezen (voorspellend leren lezen) met ouders die daarvoor zijn geïnstrueerd. Kinderen leren dan aan de hand van de plaatjes en het verhaaltje achterop het boek te voorspellen waar het boek over gaat. Dit bevorderd het zelfvertrouwen en als je gezien hebt waar het over gaat zal een kind dat minder snel fout lezen.

Het documentatiecentrum wordt voornamelijk gebruikt als informatiebron voor het maken van werkstukken en het houden van spreekbeurten. Ook maken we gebruik van de diensten van de bibliobus die iedere dinsdag van 11.15 tot 12.00 uur voor de school staat.

 

 Computers ICT is niet meer weg te denken uit onze maatschappij en is daarom ook binnen ons onderwijs een vanzelfsprekend onderdeel. Kinderen zoeken informatie op en werken dit uit op de computer. In onze school ligt een netwerk. Dat wordt bijgehouden door Station to station. Alle kinderen en leerkrachten kunnen hun werk opslaan in een eigen mapje op de server en gebruik maken van educatieve software en internet. Ook prijzen wij ons gelukkig met drie digitale schoolborden en een grote monitor in groep 1-2. Met betrekking tot het gebruik en de ontwikkelingen  heeft de stichting Surplus een ICT- beleidsplan en een internetprotocol dat op school ter inzage ligt.

3.2.5 Burgerschap, levensbeschouwing en sociale integratie

Binnen onze school besteden wij aandacht aan actief burgerschap en sociale integratie. Actief burgerschap betekent de bereidheid en het vermogen hebben deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Deze onderdelen zijn in onze school terug te vinden in onder andere:

 

Onze leerlingen in de samenleving:

Wij streven naar een samenleving waarin vrijheid, gerechtigheid, verdraag-zaamheid, eerbied voor de menselijke waardigheid en medemenselijkheid centraal staat. Wij willen graag dat een kind zijn eigen weg leert kiezen, zijn eigen waarden leert vinden en verwezenlijken in respect voor de ander en het andere. Een school voor iedereen (openbare school) zal een kind leren niet alleen respect voor een ander zijn diepste overtuiging te hebben, maar tevens het betrekkelijke van zijn eigen visie te zien.

Wij verwachten van leerlingen de voortdurende bereidheid zich in denken en doen naar normen van redelijkheid en zedelijkheid te verantwoorden.

Wij spreken de verwachting uit naar kinderen om de helpende zorg voor de medemens te uiten om hem/haar in staat te stellen zich te ontplooien tot een volwaardig bestaan in zelfbestemming.

Hoe we dat willen bereiken:

Dit willen we bereiken door de verscheidenheid aan waarden en normen als aangrijpingspunt te hanteren bij de vormgeving van het onderwijsleerproces.

Wij schenken als openbare school nadrukkelijk aandacht aan de verschillende godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in de Nederlandse samenleving. (Zie ook bijlage VII). Wij leren leerlingen om te gaan met vrijheid en verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en samenwerking. Wij stimuleren leerlingen een eigen sociale positie te ontwikkelen, zodat ze later deel kunnen nemen aan een democratische en pluriforme samenleving. Wij geven leerlingen optimale kansen om hun schoolloopbaan met succes te voltooien. Wij stimuleren leerlingen om tijdens diverse werkvormen visies uit te wisselen en bereiden wij ze erop voor dat zij als volwassenen moeten bijdragen aan een veelvormige samenleving. In onze ogen bevordert dit ook de integratie van allochtone leerlingen.

 

De norm vertaalt de waarde in concreet gedrag in de praktijk.

De identiteit van onze school kan je niet alleen zichtbaar maken met mooie woorden, het zijn de mensen die de identiteit laten zien. Tijdens sollicitatiegesprekken wordt aandacht besteed aan de bereidheid en het vermogen van leerkrachten om godsdiensten en levensbeschouwingen en de daarbij behorende opvattingen en gewoonten met respect en gelijkwaardigheid te behandelen.

 

Leerkracht in de openbare school

De openbare school is een afspiegeling van de maatschappij, de leerkracht zal de kinderen confronteren vanuit een brede visie.

Als openbare school verwachten wij ook van onze collega’s dat zij:

-         vooroordelen willen opsporen en wegwerken.

-         godsdiensten en levensbeschouwelijke opvattingen van hun leerlingen en ouders respecteren.

-         impliciet en soms nadrukkelijk grondwettelijke waarden uitdragen, zoals democratische gezindheid en respect voor individuele vrijheden

-         bijdragen aan de discussie over de openbare identiteit.

-         bereid zijn eigen waarden en normen en die van anderen ter discussie te stellen.

-         altijd in staat zijn hun keuzes te verantwoorden vanuit de waarden- en identiteitsuitspraken die gelden voor onze school.

 

De lessen geestelijke stromingen

Op onze school is geestelijke stromingen geen apart vak. Tijdens de zaakvakken worden de kinderen vertrouwd gemaakt met de verscheidenheid aan godsdiensten en geestelijke stromingen. Bij ons is het meer een kennismakingsgebied. Bij het leren kennen van en omgaan met elkaar spelen interesse en belangstelling voor elkaar een belangrijke rol. Indien mogelijk laten wij de kinderen uit de klas iets over hun geloof vertellen. Door zichzelf en anderen vragen te stellen, wordt het voor de leerlingen mogelijk zich te verplaatsen in de ander.

 

De dagelijkse praktijk:

Alle aspecten van burgerschap, levensbeschouwing en sociale integratie houden ons de hele dag bezig, tijdens alle lessen. Regelmatig worden in de klassen, maar ook in de teamvergadering gesproken over waarden en normen, regels, afspraken en vooral ook ons pestprotocol.

Filosoferen over levensvraagstukken komt regelmatig voor. Dagelijks zijn er onderwerpen waar je met de kinderen over doorpraat (ziek zijn, dood, angst).

De christelijke feestdagen zoals kerst, Pasen en Pinkster worden niet op de christelijke wijze gevierd. Voor de kerst wordt wel een kerstverhaal verteld, maar dan als voorbeeld en er wordt ingegaan op de andere manieren van kerstvieren (feest van het licht).

Wij houden ons bezig met algemene aanvaardbare kerstactiviteiten en we zorgen er vooral voor dat wij objectief blijven. Rond Pasen houden wij ons bezig met eieren en hazen. Ook de feesten behorende bij andere levensovertuigingen worden besproken, maar niet gevierd (b.v. ramadan, suikerfeest). Nadrukkelijk stellen wij dat wij respect hebben voor ieders overtuiging.

 

Wij vinden het belangrijk om kinderen respect voor elkaar bij te brengen, je proberen te verplaatsen in een ander, rekening te houden met anderen, luisteren naar elkaar, maar ook leren om binnen een groep je eigen mening en opvatting te durven hebben en uiten. Tevens zien wij het als onze taak om kinderen eigenheid te laten ontwikkelen, kinderen op te voeden tot zelfstandigheid en hun verantwoordelijkheidsgevoel bij te brengen voor zichzelf en de ander. Daarnaast laten wij kinderen die toch opgroeien binnen een multiculturele en pluriforme samenleving, kennismaken met verschillende culturen en leefstijlen. Kinderen die opgroeien met verschillende culturen, leefstijlen en geloofsovertuigingen zullen zich onderdeel voelen van die verscheidenheid en zullen meer onbevooroordeeld en tolerant staan tegenover verschillen en verscheidenheid.

 

Op welke wijze geven wij invulling aan onze levensbeschouwelijke identiteit:

-         het creëren van een veilige omgeving waarin kinderen zich geaccepteerd en gewaardeerd voelen

-         kinderen leren met elkaar te praten en naar elkaar te luisteren

-         kinderen leren een eigen mening te vormen en deze te (durven) uiten

-         kinderen kennis laten maken met verschillende culturen, leefstijlen en wereldgodsdiensten en aandacht besteden aan feesten en vieringen van verschillende culturen

-         kinderen bewust maken van zaken als vooroordelen

-         actief beleid tegen pesten

-         kinderen opvoeden tot zelfstandigheid en autonomie

-         een voorbeeld zijn als leerkracht

 

 

Kanjertraining

Op de Bijenkorf hebben alle leerkrachten scholing gevolgd om Kanjertraining te mogen geven. Kanjertraining stimuleert een positieve sfeer in groepen. Met de Kanjertraining werken wij door middel van wekelijkse lessen aan de volgende doelen:

 

Hoe werkt de Kanjertraining?

Kanjertraining legt gedrag van mensen uit aan kinderen aan de hand van 4 kleuren petjes: de zwarte pet staat symbool voor dominantie en pesten met het plaatje van de pestvogel. De gele pet staat voor bang zijn met het plaatje van een konijn, de rode pet staat voor clowngedrag met het plaatje van een aapje. De witte pet staat voor ‘je mag zijn wie je bent, anderen zijn niet bang voor je, je gaat met respect met iedereen om’ met het plaatje van een tijger. We stimuleren de kinderen om “de witte pet op te zetten” in alle situaties die zij tegenkomen door de volgende basisregels te hanteren: we vertrouwen elkaar, niemand speelt de baas, niemand lacht uit, niemand doet zielig en we helpen elkaar. In alle groepen zijn de petjes en de materialen van de Kanjertraining aanwezig. Deze worden gebruikt om gedrag uit te leggen en na te spelen. Voor meer informatie kunt u ook kijken op de website: www.kanjertraining.nl

3.2.6 Tijdsverdeling over de leer- en vormingsgebieden, waar mogelijk in samenhang.

Groepnaam

Leeftijdindicatie

1

4-5

2

5-6

3

6-7

4

7-8

5

8-9

6

9-10

7

10-11

8

11-12

A   Zintuiglijke en lichamelijke oefening

a1 Zintuiglijke oefening

a2 Lichamelijke oefening

 

 

2.45

4.00

 

 

3.45

5.00

 

 

 

2.15 

 

 

 

2.15

 

 

 

2.00

 

 

 

2.00

 

 

 

2.00

 

 

 

2.00

B. Nederlandse taal

           

b1 Nederlandse taal

b2 Lezen

b3 Schrijven

 

 

3.30

 

 

4.00

 

 

3.30

3.30

1.30

 

 

4.00

3.00

1.30

 

 

5.00

2.30

0.45

 

 

5.00

2.30

0.45

 

 

4.30

2.15

0.30

 

 

4.30

2.15

0.30

C. Rekenen en wiskunde

0.30

0.30

5.00

5.00

5.00

5.00

5.00

5.00

D. Engelse taal

 

 

 

 

 

 

1.00

1.00

E. Wereldoriëntatie w.o.

e1 Aardrijkskunde           

e2 Geschiedenis   

e3 Natuur    

e4 Biologie 

e5 Maatschapp. verh.

e6 Staatsinrichting

e7 Geestelijke stroming.

F. Sociale redzaamheid 

f1 Bevordering sociale                                    redzaamheid

G. Bevordering gezond gedrag

H. Burgerschapsvorming

2.00

2.00

2.00

2.00

4.00

4.00

4.00

4.00

f2 Gedrag in verkeer

0.30

0.30

0.30

0.30

0.30

0.30

0.30

0.30

H. Expressievakken w.o.

h1 Bevordering taal-gebruik

h2 Tekenen

h3 Muziek   

h4 Handvaardigheid

h5 Spel en beweging

h6 Werk. met ontw. mat.

 

0.45

 

1.00

1.15

1.00

0.45

2.30 

 

0.45

 

1.00

1.15

1.30

0.45

3.00 

 

1.00

 

1.00

1.00

1.00

0.30

 

1.00

 

1.00

1.00

1.00

0.30

 

1.30

 

1.00

1.00

1.00

0.30

 

1.30

 

1.00

1.00 1.00

0.30

 

1.30

 

1.00

1.00 1.00

0.30

 

1.30

 

1.00

1.00

1.00

0.30

K. pauze

 

 

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15

 Totaal per week

20.50

24.00

24.00

24.00

26.00

26.00

26.00

 26.00

 

3.3  Activiteiten voor kinderen buiten de school.  

Elk jaar organiseren we een sport- en speldag voor de kinderen. Soms aan het begin, een andere keer aan het eind van het schooljaar.

We doen met schoolteams mee aan het handbal-  voetbal- en streetdance toernooi dat voor de scholen in onze gemeente wordt georganiseerd. Ook attenderen wij kinderen op de activiteiten die sportservice Schagen organiseert in het kader van het Jeugd- sport- promotie project (JSP). Voor gezinnen met een laag inkomen kan de leerkracht uw kind aanmelden bij de gemeente voor een bijdrage in de contributie van een sportclub. Meer informatie hierover kunt u krijgen bij de leerkracht van uw kind of de directie. Zie ook bijlage IX.

Jaarlijks gaan we met de klas op excursie, bijvoorbeeld bij het project “ De Boer op”. Dit zijn geen uitjes; ze maken deel uit van ons leerstofaanbod.

 

Voor alle groepen worden in de laatste maanden van het jaar schoolreisjes georganiseerd. Aan deze schoolreisjes zijn kosten verbonden. U krijgt hiervoor een rekening van de penningmeester van de ouderraad. De schoolreisjes variëren van 1 dag op een locatie rond Oudesluis tot reisjes met de bus en voor de bovenbouw een meerdaags reisje.

 

 

4 DE ZORG VOOR KINDEREN

 

4.1 De plaatsing van een kind op school.

 

Het basisonderwijs heeft als doel om kinderen zich te laten ontwikkelen in een ononderbroken lijn. Die ontwikkeling begint natuurlijk niet pas op de basisschool maar al veel eerder. Wij proberen daarom de aansluiting op de tijd dat het kind op de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf is, zo goed mogelijk te laten verlopen.

 

Als een kind ongeveer drie jaar is ontvangen ouders van de gemeente een brief, waarin staat dat hun kind moet worden ingeschreven bij een basisschool. Bij welke school bepaalt u natuurlijk zelf. Wij vinden het fijn om met de ouders van de toekomstige leerling een informatief gesprek te hebben. Vast onderdeel hierbij is de rondleiding door de school. Vanaf dat uw kind drie jaar is kunt u voor de inschrijving terecht bij de directie. De schoolgids kunt u nalezen op de website van de school. U ontvangt bij aanvang van het schooljaar op uw verzoek een papieren versie van de schoolgids.

 

Het is voor een peuter een emotionele gebeurtenis om van de peuterspeelzaal naar groep 1 te gaan. Zo is de groep vaak groter, er is een groter leeftijdsverschil tussen de kinderen, een ander dagritme, gymmen in de gymzaal, enz.

Om deze overgang vloeiend te laten verlopen is er in overleg met de peuterleidster het volgende afgesproken:

Een kind mag twee keer een dagdeel op visite komen in zijn/haar nieuwe groep om kennis te maken met de juf, de kinderen en de klas. Twee keer is overzichtelijk en duidelijk voor een peuter. Ouders/verzorgers maken in overleg met de leerkracht van groep 1-2 een afspraak op welke dagdelen hun kind op visite kan komen. Dit kan het beste gebeuren op een dag die niet samenvalt met een peuterspeelzaaldag. De eerste keer mag een ouder/verzorger er even bij blijven. Het eerste half uur is meestal voldoende.

 

De eerste officiële schooldag is de dag na de vierde verjaardag van het kind. Een uitzondering daarop vormen de Sinterklaas- en kerstperiode en het begin en einde van het schooljaar. Voor het begin van het schooljaar geldt: als kinderen binnen vier weken van het nieuwe schooljaar vier worden dan mogen zij direct na de zomervakantie in groep 1 beginnen. Kinderen die in juni vier jaar worden mogen na de zomervakantie starten in groep 1. Zo is het duidelijk naar welke school zij gaan na deze vakanties.

Kinderen die rond de Sinterklaas en Kerstperiode jarig zijn mogen in januari in groep 1 beginnen als deze spannende tijd weer voorbij is. We hopen hiermee de overgang van peuter naar kleuter in goede banen te kunnen leiden. Als u nog vragen heeft kunt u natuurlijk altijd terecht bij de peuterleidster of de directie van onze school.

Eenmaal op de basisschool gaat het kind de eerste twee weken alleen de ochtenden naar school. Zo kan het kind in stapjes wennen om straks de hele week naar school te gaan. Na deze twee weken kunnen we in overleg de schooltijden uitbreiden. Dit is mogelijk omdat uw kind nog niet leerplichtig is.

 

4.1.1. Toelating, schorsing en verwijdering.

In de eerste plaats ontvangen we natuurlijk iedere nieuwe leerling met open armen en gaan we ervan uit dat de formele regelgeving in exceptionele gevallen wordt gehanteerd. Mochten er echt problemen komen waar we met de ouders/verzorgers niet uitkomen, dan zoeken we contact met het schoolbestuur dat uiteindelijk over de toelating en verwijdering van leerlingen beslist. Op basis van de volgende feiten kan een inschrijving geweigerd worden:

·        Er is geen onderwijskundig rapport van de school van herkomst beschikbaar, waardoor we niet kunnen nagaan of het aanbod van onze school minimaal toereikend is voor de beantwoording van de hulpvraag van het kind;

·        Uit de door de school van herkomst of ouders/verzorgers gegeven informatie blijkt, dat de voor de beantwoording van de hulpvraag noodzakelijke minimale voorwaarden binnen de school niet gerealiseerd kunnen worden;

·        De leerling staat bij een andere school in de omgeving ingeschreven en heeft reeds een beschikking voor het SBO in het Samenwerkingsverband Schagen en omstreken;

·        De leerling zit op een speciale school, behorende tot een expertisecentrum, en onze school is niet in staat om aan de voorwaarden voor plaatsing te voldoen. (Zie hiervoor ook de bijlage achterin);

·        Omdat we 'vol' zijn. Ons bestuur moet dan wel aangeven op welke andere openbare school wel plaats is. Dit zal op onze school niet snel voorkomen.

 

Leerlingen kunnen na overleg met het bestuur en de inspectie bij het bestuur voorgedragen worden om van school te worden gestuurd (tijdelijk door schorsing, of voorgoed door verwijdering) als:

·         Het kind om onevenredige aandacht vraagt en er geen sprake is van vooruitgang;

·         Het kind zich agressief en/of storend gedraagt, bedreigend is voor personeel of medeleerlingen en er geen voortgang is in het onderwijs;

·         De ouders zich agressief en/of storend gedragen of bedreigend zijn voor kinderen of personeel;

·         Wij niet tegemoet kunnen komen aan de door het kind/ouders gestelde hulpvraag, waardoor een goede ontwikkeling van het kind op onaanvaardbare wijze gevaar loopt, terwijl dit aanbod binnen een andere school beter realiseerbaar is.

 

De beslissing over verwijdering van een leerling wordt genomen door het schoolbestuur van Surplus. Voordat zo'n besluit kan worden genomen, moeten eerst de groepsleraar en de ouders worden gehoord. Als het besluit eenmaal is genomen, mag een schoolbestuur de leerling niet onmiddellijk van school sturen. Het bestuur moet namelijk eerst proberen om een andere school te vinden voor de leerling. Alleen als dat na 8 weken nog niet gelukt is mag de school de leerling de toegang tot de school weigeren. Als het schoolbestuur een leerling wil schorsen of verwijderen dan moet het bestuur daarover met de ouders overleggen. Levert dat overleg niets op dan kunnen de ouders aan de landelijke klachtencommissie vragen om te bemiddelen.

4.2 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school.

Wij volgen vanaf groep 1 alle leerlingen systematisch in hun ontwikkeling. In groep 1-2-3 doen we dat met het leerling volgsysteem van Memelink: het OVMJK: Ontwikkeling Volg Model Jonge Kinderen. Dit model gaat uit van wat een kind al kan.  Voor groep 4 tot en met 8 heet het model OVM: Ontwikkeling Volg Model. Vanaf groep 4 tot en met 8 volgen we hiermee de  sociaal-emotionele ontwikkeling. We doen dat om snel extra hulp te kunnen bieden op het moment dat de ontwikkeling stokt. Daarnaast krijgen we een beeld hoe de kinderen als groep functioneren. Dit is van belang om de effectiviteit van ons onderwijs in de gaten te houden.

 

Jaarlijks wordt op vaste tijdstippen de volgende toetsen afgenomen:

·        Toetspakket van Aarnoutse (voorbereidende leesvaardigheid)

in groep 1- 2

·        CITO - Ruimte en tijd groep 1- 2

·        CITO - Woordenschat groep 3, 4 en 5

·        CITO - Drieminuten toets en AVI- leeskaarten groep 3 t/m 8

·        CITO - Spellingvaardigheid groep 3 t/m 8

·        CITO - Begrijpend lezen groep 3 t/m 8

·        CITO - Rekenen groep 3 t/m 8

·        CITO - Leestempo in groep 4 en 5

·        CITO - Entree toets in groep 7

·        Toetsen van de lees-, taal-, spelling- en rekenmethode

·        NIO-toets in verband met het schooladvies in groep 8

 

 

 

De verslaggeving van gegevens over leerlingen door de groepsleraar.

De leerkrachten observeren en houden de vorderingen van uw kind bij. Ze beoordelen werkhouding, werk, repetities, toetsen en werkstukjes.

In het leerling-dossier staan onder meer notities over: de bespreking van uw kind door het team, speciale onderzoeken, toets en rapportgegevens en de plannen voor extra hulp voor uw kind. Er worden ook schriftelijke observaties, aan toe gevoegd over de sociale - en emotionele ontwikkeling van uw kind. Het spreekt vanzelf dat er rekening wordt gehouden met de wet op privacy. Wanneer u tussentijds wilt weten hoe het met uw kind gaat, kunt u gerust naar deze gegevens vragen.

 

Bespreken van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem.

Regelmatig houden we een leerlingenbespreking. De groepsleerkracht bespreekt met de intern begeleider en het team de kinderen die speciale zorg behoeven. In deze besprekingen worden afspraken gemaakt met betrekking tot een handelingsplan voor individuele leerlingen of aanpassingen in het groepsaanbod. Daarnaast worden ook de groepsresultaten besproken en de toetsen geëvalueerd. Een vier keer per jaar hebben we ook zorgteam besprekingen. Hierin kan de leerkracht in gesprek over een leerling of over een probleem in de groep met onze contact persoon van de OBD, met de IB-er en de directie. Omdat er sprake is van korte lijnen kunnen we vaak sneller tot een oplossing van een probleem komen. Ouders/verzorgers worden op de hoogte gebracht als hun kind besproken gaat worden in het zorgteam en wat hier uit gekomen is.

 

De wijze waarop het welbevinden en de leervorderingen van de kinderen besproken wordt met ouders.

Twee maal per jaar worden de ouders van alle leerlingen uitgenodigd om de leer- vorderingen, de sociaal emotionele ontwikkeling en de inhoud van het rapport van hun kind te bespreken met de groepsleerkracht. Dit gesprek is niet eenzijdig vanaf de kant van de leerkracht. We worden ook graag op de hoogte gehouden van de situatie thuis en van gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op het welbevinden van uw kind. De gesprekken vindne plaats in november en maart tijdens de zogenaamde “tien minuten gesprekken”.

Is deze tijd ontoereikend, dan worden nieuwe afspraken gemaakt. Het rapport wordt kort voor deze gesprekken aan de leerlingen mee gegeven. Tussentijds kunnen er natuurlijk altijd op uw of ons verzoek gesprekken plaats vinden. N.a.v. het 3e rapport aan het einde van het schooljaar maakt de leerkracht indien nodig met u een afspraak of kunt u, indien gewenst, een afspraak maken met de leerkracht.

 

Het rapport voor de leerlingen van groep 3 t/m 8 is een letterrapport. Er wordt in eerste instantie een waardering gegeven door middel van een aantal etiketten: onvoldoende (O), matig (M), voldoende (V), ruim voldoende (RV),

goed (G) en zeer goed (ZG). Eventueel volgt naast het onderwerp een nadere toelichting. 

De ouders van de leerlingen van groep 8 krijgen in het begin van het schooljaar een algemene voorlichting over het voortgezet onderwijs. Hierna wordt het voorlopig advies voor het voortgezet onderwijs besproken in een persoonlijk gesprek.

 

Verslaggeving bij tussentijds vertrek naar andere basisscholen.

Wanneer kinderen voor het eind van groep 8 onze school verlaten, door verhuizing of om andere redenen, verzorgen wij voor de school waar de kinderen naar toe gaan een onderwijskundig rapport. Dit rapport is een inlichtingenformulier met persoonsgegevens, schoolgegevens en de schoolloopbaan van uw kind. Als er gegevens over uw kind zijn van externe instanties vragen we de ouders of verzorgers altijd toestemming ook deze gegevens mee te mogen sturen. Kinderen dienen eerst ingeschreven te zijn bij de nieuwe school. De nieuwe school stuurt ons een bericht van inschrijving waarmee wij de leerling uit kunnen schrijven.

 

Zittenblijven:

Volgens de wet op het basisonderwijs moet een kind zich zoveel mogelijk in ononderbroken lijn kunnen ontwikkelen. Het kan voorkomen dat de leerkracht van uw kind aangeeft dat het beter is als uw kind een jaar blijft zitten. De leerkracht zal dan precies aangeven waarom hij of zij dat vindt. Het advies van de leerkracht is bindend. Indien u het met dit advies niet eens bent, kunt u bezwaar maken volgens klachtenprocedure. Deze ligt ter inzage op school. Zie ook hoofdstuk 6.3.

 

4.3 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften.

 

In het kader van de zorgverbreding hebben we 1 dag per week een Intern Begeleidster die leerkrachten helpt bij het realiseren van een aanbod voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften.

De meeste kinderen ondervinden weinig of geen problemen in hun ontwikkeling. De probleempjes die zich voordoen zijn van voorbijgaande aard en lossen zich vanzelf op. Vaak met wat extra aandacht van de groepsleerkracht, bijvoorbeeld door middel van verlengde instructie.

Een kleine groep leerlingen heeft echter wel degelijk speciale onderwijsbehoeften. We hebben met elkaar daarvoor de volgende procedure afgesproken:

In overleg met de onderzoeker/de schoolbegeleider en de ouders wordt eventueel de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) ingeschakeld.

Dan zijn er meerdere mogelijkheden:

 

Als een leerling met regelmaat een A haalt voor zijn CITO toetsen en hoog scoort op methode toetsen van een of meerdere vakgebieden kan dit erop wijzen dat hij/zij meer uitdaging nodig heeft dan de tot dan toe aangereikte leerstof.  Ouders worden op de hoogte gesteld en tekenen het hiervoor opgestelde gespreksverslag. De leerkracht bepaalt, eventueel in overleg met de ib-er, welke onderdelen beheerst worden, welke overgeslagen kunnen worden en waar verdieping kan gaan plaatsvinden. Hier worden streefdoelen en tussendoelen per schooljaar voor opgesteld. Het kind krijgt een handelingsplan waarin wordt aangegeven hoe men deze streefdoelen wil bereiken. De leerkrachten evalueren regelmatig het handelingsplan met de ouders/verzorgers.

 

Indien een leerling regelmatig een D of E score haalt voor een CITO-toets en laag scoort op methode toetsen kan dit erop wijzen dat de leerstof van een of meerdere vakgebieden te hoog gegrepen is voor de leerling.

Als ingeschat wordt door team en ib-er dat een kind niet het gewenste niveau ‘eind groep 8’ zal gaan halen van een of meerdere vakgebieden, worden ouders op de hoogte gesteld. Ouders tekenen het gespreksverslag hiervan. De leerkracht en de ib-er schatten in welk niveau wèl gehaald kan worden aan het einde van de basisschool. Hier worden streefdoelen en tussendoelen per schooljaar voor opgesteld. Het kind krijgt een handelingsplan waarin wordt aangegeven hoe men deze streefdoelen wil bereiken. De leerkrachten evalueren dit ontwikkelingsperspectief- handelingsplan regelmatig met de ouders/verzorgers.

 

Weer Samen Naar School (WSNS).

Eén van de hoofddoelen van WSNS is de zorg en de mogelijkheden voor opvang in het basisonderwijs te vergroten. Basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs in onze regio hebben zich aangesloten bij het Samenwerkingsverband Schagen.

Jaarlijks wordt een “ Zorgplan” opgesteld dat op school ter inzage ligt.

Ook is een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) ingesteld. De PCL bestaat uit vertegenwoordigers van basisschool, speciale school voor basisonderwijs en een orthopedagoog van de OBD. Zij bekijken samen of al het mogelijke voor uw kind is gedaan en wat het beste vervolg zou kunnen zijn.

 

Wanneer een beroep wordt gedaan op de PCL dienen zij eerst te beschikken over actuele informatie. Naast het door de ouders ondertekende formulier “Aanmelding PCL”, dient het dossier voorzien te zijn van het onderwijskundig rapport, de resultaten van diagnostisch onderzoek, resultaten van andere onderzoek- en handelingsverslagen en informatie over de uitgevoerde handelingsplannen. Als daaraan is voldaan spreekt de PCL zich uit over de aanvraag. Alle door de PCL afgegeven beschikkingen hebben een tijdelijk karakter. Binnen een termijn van twee jaar vindt een herbeschikking plaats.

Voor meer informatie zie ook bijlage I.

 

Toelating van leerlingen met een handicap.

In principe worden gehandicapte leerlingen toegelaten, tenzij de complexiteit van de handicap niet hanteerbaar is voor onze school. De grens van toelating van (meervoudige) gehandicapten tot het reguliere basisonderwijs ligt daar, waar leer- en gedragsproblemen kunnen leiden tot een zodanige verstoring van de voortgang van onderwijsleerprocessen, dat handhaving redelijkerwijs niet van een schoolteam mag worden verwacht.

In het toelatingsgesprek bekijken we het verzoek van de ouders om plaatsing van het kind van twee kanten, zowel die van de ouders als die van de school.

Centraal staat het belang van het kind en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces te ondersteunen.

De school maakt bij de beslissing gebruik van de ondersteuning van bijvoorbeeld een school aangesloten bij een Regionaal Expertise Centrum (REC) en/of van de mogelijkheden die het samenwerkingsverband WSNS biedt.

Bij het besluit tot (voorlopige) toelating of weigering zal er altijd sprake zijn van een teambesluit. We gaan er immers in principe van uit dat, bij toelating, de leerling de gehele basisschool zal doorlopen.

Ouders kunnen, in het geval de school het kind niet wil toelaten, een beroep doen op de Adviescommissie Toelating en Begeleiding voor bemiddeling. 

Welke commissie dat is, is afhankelijk van het soort REC.

(Zie verder bijlage II over Leerling Gebonden Financiering; ‘het rugzakje’)

4.4 De begeleiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs.

 

In de eerste maanden na het begin van het schooljaar worden de ouders van de leerlingen van groep 8 uitgenodigd voor een informatieavond. De leerkracht van groep 8 licht de procedure toe en geeft informatie over de vormen van voortgezet onderwijs.

 

De scholen voor voortgezet onderwijs in onze regio presenteren zich door middel van open dagen en voorlichtingsavonden voor leerlingen en ouders. Deze open dagen en voorlichtingsavonden worden vaak in de maanden januari en februari gehouden. Ook worden de leerlingen uitgenodigd om een dagdeel de nieuwe school te bezoeken. U ontvangt van het ministerie (via school) een gids over het voortgezet onderwijs.

 

Het schooladvies.

Rond de maand november krijgt u van de leerkracht van groep 8 een voorlopig advies over het vervolgonderwijs van uw kind. Dit schooladvies is gebaseerd op de kennis en ervaring die de leerkrachten van De Bijenkorf met uw kind hebben opgedaan en de uitslag van de NIO-test die aan het begin van groep 8 wordt afgenomen.

U kunt van dit advies afwijken. De scholen voor voortgezet onderwijs beslissen zelf over de toelating en plaatsing, maar zij nemen ons schooladvies doorgaans zeer serieus. Ook als uw kind al een tijdje aan het voortgezet onderwijs deelneemt, houden wij contact met de ontvangende school en krijgen wij de cijferlijsten toegestuurd. Hierdoor houden we ook zicht op de kwaliteit van ons onderwijs.

 

De laatste jaren zag de uitstroom van onze leerlingen er als volgt uit:

 

2006

2007

2008

2009

2010

 

2011

Voortgezet Speciaal Onderwijs

0 %

 

0%

 

0%

 

0%

9,1%

(1 leerling)

0%

VMBO Basis Beroeps

7,14 %

 

0%

 

0%

 

31,25%

36,4%

 

7%

1 leerling

VMBO Kader Beroeps

42,84%

42,8%

 

25%

 

12,5%

0%

21%

3 leerlingen

VMBO Theoretische leerweg

7,14 %

 

42,8%

 

41,66%

12,5%

27,3%

 

36%

5 leerlingen

Gemengde leerweg

(Clusius college)

21,42 %

 

0%

 

8,33%

12,5%

0%

0%

HAVO / VWO

21,42 %

 

14,3%

25%

31,25%

27,3%

 

36%

5 leerlingen

Totaal aantal leerlingen:

13

7

12

16

11

14

 

 

5 DE LEERKRACHTEN

 

ADV , verlof en vervanging.

Iedere leerkracht heeft recht op ADV (arbeidsduurverkorting). Dit kan op verschillende manieren worden opgenomen. De één kiest voor zelfherbezetting, een ander voor opname per week en weer een ander voor clustering per maand of langere periode. Zelfs sparen over 10 jaar is mogelijk. We proberen het zo te regelen dat er niet teveel verschillende leerkrachten voor de groep verschijnen. Dit geldt ook in het geval van studieverlof en scholing.

De vervanging wegens ziekte of studieverlof wordt geregeld door de vervangingspool van Surplus. Gezien de problematiek rond het vinden van vervangers kan het voorkomen dat er in korte tijd verschillende leerkrachten voor de groep komen.

 

 

De begeleiding en inzet van stagiaires van PABO's en ROC

Regelmatig bieden we een aantal stagiaires van de lerarenopleiding van de Hogeschool “InHolland” (PABO) en/of Regionaal Opleidingencentrum (ROC) gelegenheid om een stukje werkervaring op te doen. Afhankelijk van het studiejaar van de studenten wordt er soms een enkele les, maar ook wel eens een hele dag les gegeven. Dit gebeurt natuurlijk onder toezicht en eindverantwoordelijkheid van de groepsleerkracht. Tevens bieden wij regelmatig de leerlingen van het Regius college de mogelijkheid om een snuffelstage te komen doen. Zij geven geen les maar doen mee met de leerkracht in de klas om een idee te krijgen van de beroepspraktijk van een leerkracht.

 

Scholing van leraren

In een lerende organisatie studeren natuurlijk ook de leerkrachten.  Meestal na schooltijd, maar een aantal keren per jaar gebeurt dit op studiedagen voor 1 leerkracht of het complete team. We informeren u, indien mogelijk, ruim van tevoren.

 

6 DE OUDERS  

 

Wij vinden het belangrijk dat u nauw betrokken bent bij het wel en wee van uw kind op school. Leerlingen voelen zich sneller thuis op school als hun ouders een goed contact hebben met de school, weten wat er gebeurt op school, daar rekening mee houden en er thuis over praten.

Iedere ouder kan meehelpen om de school beter te laten draaien. Door hulp te bieden of mee te praten en mee te beslissen over allerlei schoolzaken. Ouders verzorgen het overblijven, helpen bij de schoolreisjes, sportdagen, feesten, excursies, etc. Bij hulp in de klas houdt de groepsleerkracht vanzelfsprekend de eindverantwoording.

 

6.1 Informatievoorziening aan ouders over het onderwijs en de school.

 

Nieuwsbrief

Dat is de maandelijkse informatiebrief. Niet alleen staat hier al het belangrijke nieuws, tevens wordt teruggekeken op activiteiten. De nieuwsbrief is ook de startpagina van onze website (www.obsdebijenkorf.nl).

 

Informatieavond  

Wij organiseren aan het begin van het schooljaar voor de ouders van iedere groep een avond waarop de groepsleerkracht uitleg geeft over het aanbod van dat schooljaar. Gezien de informatie die aan bod komt, raden wij u dringend aan deze avonden te bezoeken.

  

Medezeggenschap        

De vergaderingen van de medezeggenschapsraad zijn openbaar en worden aangekondigd in de “Nieuwsbrief”. De notulen liggen ter inzage op school.

 

 

Contactavonden 

Op de contactavonden worden de ouders van de leerlingen uitgenodigd voor een kort gesprek (10 minuten) om de vorderingen en het gedrag van hun kind(eren) met de groepsleerkracht te bespreken. Is deze tijd ontoereikend dan wordt een vervolgafspraak gemaakt.

 

Schoolgids  

Algemene informatie voor de ouders verschijnt aan het begin van het schooljaar en bevat alle noodzakelijke informatie. Ook bij inschrijving van nieuwe leerlingen wordt de schoolgids op verzoek op papier uitgereikt. Tevens is de gids te vinden op de website : www.obsdebijenkorf.nl. Jaarlijks wordt de gids na instemming van de M.R. opnieuw vastgesteld.

 

Onderwijsgids                   

Algemene informatie betreffende het basisonderwijs kunt u vinden een gids voor ouders en verzorgers “De Basisschool” opgesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Deze gids geeft informatie over de rechten, plichten en mogelijkheden binnen het onderwijs. Als uw kind drie jaar is geworden, wordt deze gids u vanuit de gemeente toe gestuurd.

 

Portretrecht
Bij inschrijving van uw kind op school heeft u als ouder de school toestemming verleend tot het maken en afdrukken van foto’s van uw kind(eren) die tijdens schoolactiviteiten zijn gemaakt. Het betreft het gebruik van foto’s in informatiemiddelen van de school. Voor het gebruik van specifieke afbeeldingen van afzonderlijke kinderen voor andere doeleinden zal apart toestemming worden gevraagd.

 6.2  Wat u kunt doen in de school

 

Als u echt wilt meepraten en mee beslissen over de school kunt u zich het beste aanmelden voor de medezeggenschapsraad (MR) of de ouderraad (OR).

6.2.1 De ouderraad

De hoofdtaak is : “Bij de ouders en verzorgers van de kinderen, die als leerling van de school zijn ingeschreven, belangstelling voor de school aan te kweken en de bloei van de school te bevorderen”. Hiertoe worden jaarlijks activiteiten georganiseerd. De kosten die hieraan zijn verbonden worden uit de vrijwillige ouderbijdrage betaald. Bij wet is geregeld, dat de oudergeleding van de medezeggenschapsraad instemmingbevoegdheid heeft ten aanzien van de hoogte van de ouderbijdrage. Jaarlijks wordt de hoogte van deze ouderbijdrage vastgesteld. Het afgelopen jaar was dat € 27,50 per kind

 

Kids of the World Line

 

U ontvangt hiervoor van de penningmeester van de ouderraad een rekening. Van dit geld worden het eindfeest van groep 8, de Sinterklaasviering, het kerstfeest en andere activiteiten betaald.  Voor de schoolreisjes ontvangt u een aparte rekening van de penningmeester van de ouderraad. Door de ouderraad is voor alle leerlingen een ongevallenverzekering afgesloten. De leerlingen zijn niet alleen op school verzekerd maar ook tijdens excursies en schoolreisjes. Denkt u een beroep te kunnen/moeten doen op de verzekering neemt u dan even contact op met een van de leden van de ouderraad. Omdat we geld van de ouders ontvangen, wordt er op de jaarlijkse ouderavond een financieel verslag gedaan. U ontvangt hiervoor een uitnodiging. Op deze avond worden tevens nieuwe leden gekozen en wordt de ouderbijdrage voor het lopende schooljaar vastgesteld.  Ouders hebben recht op inspraak. Het is daarom van groot belang dat u hierbij aanwezig bent. Wilt u meer weten over de ouderraad of heeft u vragen over schoolzaken, dan kunt u terecht bij de leden van de ouderraad. (Zie adressen).

6.2.2 Medezeggenschapsraad.

Op grond van de wet medezeggenschap in het onderwijs dient er op elke basisschool een medezeggenschapsraad gekozen te worden.

Voor onze school bestaat de MR uit 6 leden; 3 leden gekozen uit en door het personeel en 3 leden gekozen uit en door ouders. Het wettelijke minimum is 2 personeelsleden en 2 ouders. De zittingsperiode van de leden is drie jaar. Daarna vinden er verkiezingen plaats. Zittende leden kunnen worden herkozen zolang zij een kind op school hebben.

De MR werkt aan de hand van een reglement (op school ter inzage) waarin het advies- en instemmingsrecht wordt geregeld van o.a. de volgende punten:

De vergaderingen van de medezeggenschapsraad zijn openbaar en worden vooraf aangekondigd. De notulen kunt u vinden in de openbare map in de centrale hal.

 6.2.3 Overblijfmogelijkheden

Voor €1,75 per keer kunnen kinderen overblijven. Dit is de tussen schoolse opvang oftewel TSO. De begeleiding is in handen van de overblijfgroep die er zorg voor draagt dat de kinderen op verantwoorde wijze hun lunch nuttigen en ontspannen. Voor meer informatie kunt u terecht bij Daniëlla de Haan (moeder van Jens en Daan).  Voor de buitenschoolse opvang hebben wij een contract afgesloten met stichting kinderopvang Zijpe in ’t Zand.

6.2.4 Buitenschoolse opvang

In ons gebouw is geen opvang vóór en na schooltijd (BSO). Hiervoor heeft de stichting BAS (Buitenschoolse Activiteiten Surplus) een mantelcontract afgesloten met de stichting kinderopvang Zijpe. Kinderen kunnen dan opgevangen worden bij het kinderdagverblijf in ’t Zand. Vervoer van en naar dit kinderdagverblijf komt voor kosten van de ouders/ verzorgers.

Voor opvang na schooltijd heeft u de mogelijkheid gebruik te maken van de Sport BSO de Zwierelier in Anna Paulowna. Zij halen de kinderen bij onze school op. U kunt hiervoor contact opnemen met Jola Geerligs: 06: 43493200

6.2.5 Vervoer van kinderen per auto

Mocht het voorkomen dat ouders worden ingeschakeld bij het rijden van kinderen, dan gaan we ervan uit dat deze persoon in het bezit is van een geldig rijbewijs, een dekkende inzittendenverzekering, en niet onder invloed is van verdovende middelen. Kinderen beneden de 1.50 m mogen niet voorin zitten. Tevens moeten alle kinderen in gordels zitten.  Indien u uw kind in een kinderzitje wilt laten vervoeren, dan verzoeken we u contact met de leerkracht op te nemen. Wij gaan ervan uit dat u het zitje aanlevert bij degene die uw kind gaat vervoeren en zelf of samen met die persoon het zitje in die auto plaatst. Zie ook: http://www.anwb.nl/published/anwbcms/content/rechtshulp/verkeer/vervoer-kinderen.nl.html

6.2.6 Luizenwerkgroep

Luizen blijven steeds weer terugkeren op scholen. Daarom hebben we onze eigen luizenwerkgroep. Zie voor meer informatie hierover Bijlage III.

6.3 Klachtenregeling

Als u een klacht heeft over iets wat zich afspeelt op OBS De Bijenkorf kunt u dit melden bij de directie. De school heeft in een handleiding vastgelegd hoe zij omgaat met klachten, problemen en meningsverschillen. Deze handleiding ligt voor iedereen bij de directie ter inzage.

 

We proberen klachten altijd eerst op een goede manier op school af te handelen. De mogelijkheid bestaat echter dat u als ouder of verzorger uiteindelijk niet tevreden bent over de wijze waarop de school met een geschil omgaat. In zo´n geval kunt u beroep doen op de Klachtenregeling van de Stichting Surplus die geldt voor alle bij Surplus aangesloten scholen en dus ook voor OBS De Bijenkorf. Wilt u hierover meer weten dan kunt u contact opnemen met Peter Smit, contactpersoon Klachten voor onze school. U kunt hem op school bereiken of het privé telefoonnummer uit de adressenlijst halen. Ook deze regeling ligt ter inzage op de school.

Voor de behandeling van klachten is Stichting Surplus aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie voor het Openbaar en Algemeen Toegankelijk Onderwijs (LKC). De klachtenregeling biedt medewerkers en ouders bovendien de mogelijkheid een beroep te doen op een onpartijdige vrouwelijke of mannelijke vertrouwenspersoon die voor Surplus, maar volledig buiten onze organisatie opereert. Gegevens van deze vertrouwenspersonen krijgt u, op verzoek, van bovengenoemde contactpersoon Klachten op school.

Het is mogelijk dat u noch de directie van OBS De Bijenkorf noch de contactpersoon van onze school in vertrouwen wenst te nemen. U kunt dan advies inwinnen bij een van de algemeen directeuren van Surplus, Ron Bruijn of José Vosbergen, op tel. 0224 – 27 45 55. Zij kunnen u ook in contact brengen met de vertrouwenspersonen. Uiteraard kunt u zich rechtstreeks wenden tot de Landelijke Klachtencommissie op tel. 030 280 95 90. Het adres van de LKC is postbus 85191, 3508 AD Utecht. Meer informatie op www.lgc-lkc.nl

Voor het melden van seksueel misbruik, seksuele intimidatie, ernstig fysiek of geestelijk geweld kunt u bellen met de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs op 0900 - 111 3 111, tegen lokaal tarief te bereiken tijdens kantooruren. Ook hier wordt alle informatie vertrouwelijk behandeld.

 

7 DE ONTWIKKELING VAN HET ONDERWIJS IN DE SCHOOL

7.1 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs in de school

 

De maatschappij verandert snel. Als team proberen we met ons onderwijs aan te sluiten en in te spelen op deze ontwikkelingen. Dit betekent dat we voortdurend bezig zijn om onze manier van lesgeven, onze methoden, het aanbod en materialen te verbeteren en te moderniseren. In de hal zijn werkplekken ingericht om de kinderen de gelegenheid te bieden op verschillende wijze leerstof te verwerken.

Taal is het speerpunt van onze school. De afgelopen jaren, en ook het komende jaar zullen diverse activiteiten in het teken staan van taal om resultaten op dit gebied te verbeteren. We doen mee aan de Taalpilot. Dit is een project waaraan meerdere scholen meedoen om het technisch leesonderwijs te verbeteren. Daarnaast hebben we een nieuwe methode voor aanvankelijk lezen in groep 3 aangeschaft en is de taalmethode en de begrijpend lees-methode vervangen.  

Het team is in januari 2008 begonnen aan een scholingstraject over adaptief onderwijs onder begeleiding van Leen Barth van NTO effect. Samen met hem werken wij de visie “Adaptief onderwijs” uit.  Leerkrachten krijgen hierbij handvatten om kinderen meer samenwerkend te laten leren en invloed te geven op hun eigen leerproces.

Vanaf vorig schooljaar is het team bezig met scholing over ‘Breinfijn leren’. De resultaten van neuro-psychologisch onderzoek gebruiken wij voor ons onderwijsaanbod en de manier van instructie geven. De hersenen van kinderen zijn volop in ontwikkeling en dat vraagt om onderwijs dat aansluit bij de mogelijkheden van dit ontwikkelende brein. De komende jaren zullen de studiedagen gericht zijn op het deskundig maken van leerkrachten om een breinvriendelijk onderwijsaanbod te realiseren. (Zie ook visie en missie van de school).

 

 

7.2 Zorg voor de relatie school en omgeving

 

In Oudesluis zullen wij bij het organiseren en deelnemen aan evenementen, tentoonstellingen etc. waar mogelijk altijd samenwerken en contact houden met de aanwezige verenigingen en comités. Daarnaast hebben we in ons aanbod activiteiten en excursies in de omgeving.

 

 

8 SCHOOLREGELS, SCHOOL- EN VAKANTIETIJDEN

 

8.1 Schooltijden

Groep 1 t/m 4

Maandag               8.30 – 12.00  en 13.00 - 15.00 uur

Dinsdag                   8.30 – 12.00  en 13.00 - 15.00 uur

Woensdag              8.30 – 12.30 uur

Donderdag             8.30 – 12.00 en 13.00 - 15.00 uur

Vrijdag*                    8.30 – 12.00 uur                 

 

* Groep 1 is elke vrijdag vrij.

 

 

Groep 5 t/m 8                               

Maandag               8.30 - 12.00 uur en 13.00 - 15.00 uur

Dinsdag                   8.30 - 12.00 uur en 13.00 - 15.00 uur

Woensdag              8.30 - 12.30 uur

Donderdag             8.30 - 12.00 uur en 13.00 - 15.00 uur

Vrijdag                      8.30 - 12.00 uur en 13.00 - 15.00 uur

 

8.2  Schoolregels: (zie ook bijlage VI)

 

Halen en brengen (met de auto)

Een aantal kinderen wordt regelmatig en sommigen zelfs dagelijks met de auto naar school gebracht en weer opgehaald. Juist op die momenten dat ouders met de auto bij de school komen zijn er veel kinderen op straat.

Natuurlijk moet iedereen goed uitkijken, maar ieder weet hoe dat met kinderen gaat. Om zo veel mogelijk gevaarlijke situaties te voorkomen wordt iedereen verzocht om bij de school langzaam te rijden.

 

Gebruik fietsen, skelters en stepjes.

De fietsen, skelters en stepjes moeten in de stalling worden geplaatst. Op het plein mag niet gefietst worden. Gezien het grote aantal fietsen in de stalling, verzoeken we een ieder uit de Melchiorstaat, Sportlaan en Jippesstraat om lopend naar school te komen.

 

In- en uitgaan van de school

Vanaf 10 minuten voor aanvang van de school mogen de kinderen binnenkomen en rustig zelfstandig in de eigen groep gaan werken of overleggen. De leerlingen van de groepen 1-2  en 3-4 komen binnen door de zij-ingang. Leerlingen van de groepen 5 t/m 8 komen binnen door de hoofdingang. Bij het uitgaan van de school worden de leerlingen van groep 1-2 naar buiten begeleid. De andere leerlingen gaan zelfstandig. 

’s Middags mogen de kinderen om 12.50 uur weer het schoolplein op. Voor die tijd is het schoolplein voor de kinderen die overblijven op school.

  

Pauze

Tijdens de ochtendpauze wordt door leerkrachten toezicht gehouden op het schoolplein en naast gelegen voetbalveldje. Er kan besloten worden de kinderen binnen te houden wegens weersomstandigheden. Aan het bordje bij de hoofdingang kunnen de kinderen zien of zij mogen spelen op het grasveld of niet. Het voortbewegen op rollerskates en  skateboards is toegestaan op het schoolplein. Bij gevaarlijk spel kan de leerkracht het spelen hiermee verbieden.

Alleen de leerlingen van groep 1-2 spelen op het aparte plein en zij maken gebruik van de zandbak en/of het buitenspelmateriaal.

 

Eten en drinken    

Voor de ochtendpauze mogen de leerlingen iets te eten en te drinken van huis meenemen. Bijvoorbeeld een boterham, een stuk fruit of gezonde koek.

 

 

 

Jarige leerlingen

Als je jarig bent mag je in je eigen klas trakteren. Met twee medeleerlingen mag de jarige langs de leerkrachten in de school. De leerlingen in de andere klassen mogen door de jarige niet getrakteerd worden. Probeer zoete traktaties te vermijden. Iets hartigs is zeker zo smakelijk. We vragen u ook rekening houden met eventuele allergieën van klasgenoten. Bij twijfel kunt u contact opnemen met de groepsleerkracht.

8.3 Verzuim

Uw kind is vanaf 5 jarige leeftijd leerplichtig. Wanneer uw kind niet naar school kan wegens ziekte, bezoek aan de dokter of andere omstandigheden, willen wij dat graag van u weten. Bel ons even vóór schooltijd op. Telefoonnummer: 0224-221271. De leerplichtwet schept de mogelijkheid om in geval van 'gewichtige redenen’ zoals huwelijk of overlijden schoolverzuim toe te staan. Hiervoor kunt u formulieren op school aanvragen. Verder wordt er in principe geen verlof verleend. Extra vakantieverlof valt meestal buiten deze regeling. Bij hoge uitzondering kunnen enkele beroepsgroepen buiten de reguliere 12 weken toestemming krijgen voor een periode van ten hoogste tien schooldagen per jaar. De regeling gaat als bijlage bij deze gids. Zie voor meer informatie bijlagen IV en V.

8.4 Vakantietijden 2011-2012

Studiedagen:                    

o       26 en 27 september: teamscholing adaptief onderwijs/ Breinfijn.

o       14 maart: Surplusdag

o       Studiedagen: 2 november, 8 februari

           

Herfstvakantie:                  17-10-2011 t/m 21-10-2011

Kerstvakantie:                   26-12-2011 t/m 06-01-2012

Voorjaarsvakantie:           27-02-2012 t/m 02-03-2012

Pasen:                                   09-04-2012

Mei-vakantie:                    30-04-2012 t/m 11-05-2012

Hemelvaart:                       17-05-2012 en  18-05-2012

Pinksteren:                           28-05-2012

Zomervakantie:                 23-07-2012 t/m 31-08-2012

 

9 NAMEN EN ADRESSEN              

De adressen van de leerkrachten, directie, MR en OR krijgt u per jaar op papier.

Deze zetten wegens privacy redenen niet op de website.

Voor informatie, rondleidingen en/ of inschrijvingen kunt u contact opnemen met directeur Marjan Hartog via directie@obsdebijenkorf.nl of 0224-221271.

Bestuur van de school

Het schoolbestuur is in handen van de Stichting Surplus. Surplus is een samenwerkingsverband van openbare en bijzonder neutrale, algemeen toegankelijke basisscholen en openbare speciale scholen voor primair en voortgezet onderwijs in de Kop van Noord-Holland. Het stafbureau van Surplus is gevestigd in Schagen.

De volledige gegevens van het bestuur zijn:

Postadres:

Stichting Regionaal Openbaar Onderwijs Surplus

Postbus 394, 1740 AJ Schagen

Bezoekadres: (naast de huisartsenpost, inrit tegenover McDonalds)

Grotewallerweg 3, 1742 NM Schagen

Tel. 0224 – 274 555

Fax. 0224 – 274 559

E mail: info@stichtingsurplus.nl

Website: www.stichtingsurplus.nl

 

Onderwijsbegeleidingsdienst:

Daniëlle van der Werf Schoolbegeleider

tel. 0229 259380 www.obdnoordwest.nl

 

Inspectie:

info@owinsp.nl

www.onderwijsinspectie.nl

Vragen over onderwijs:

0800 – 8051  ( gratis)

Vragen over onderwijs voor de MR:

0800- 5010 (kies 1 voor onderwijs en dan 4 voor openbaar onderwijs).

 

Meldpunt vertrouwensinspecteurs

0900 – 1113111 ( lokaal tarief)

GGD Hollands Noorden
Postbus 324
1740 AH Schagen
T (088) - 01 00 500
www.ggdhollandsnoorden.nl
info@ggdhollandsnoorden.nl

 

Logopediepraktijk

Anna Paulowna

0223 – 520030

Landelijke Klachten Commissie

postbus 162,

3440 AD Woerden.

tel. 0348 – 40 52 45

www.lgc-lkc.nl

 

Contactpersoon klachten Bijenkorf:

Peter Smit      

 

 

Bijlagen:

Bijlage I        WSNS  Zorgtrajecten en de positie van ouders

 

Bron: Hoe blijven ouders in beeld? Een uitgave van het procesmanagement Primair Onderwijs (december 1999).

 

In onderstaande tien punten staat de essentie van de directe betrokkenheid van ouders bij zorgtrajecten voor hun kinderen.

 

1.      Het is wenselijk dat de betrokkenheid van ouders bij de school wordt vergroot. Dit bevordert goed overleg en samenwerking tussen ouders en school bij zorgtrajecten voor individuele leerlingen.

2.      Bij de vraag wie waarover beslist bij extra zorg voor een leerlingen, gaat het er niet alleen om wat wettelijk is vastgesteld. Het uitgangspunt is dat ouders en school samen verantwoordelijk zijn voor een optimale ontwikkeling van het kind, waarbij ieder zijn kennis en ervaring inbrengt. School en ouders zijn partners, die op basis van gelijkwaardigheid overleggen en samenwerken.

3.      Via de medezeggenschapsraad kan de betrokkenheid van ouders bij de school worden bevorderd. De MR kan invloed uitoefenen op het zorgbeleid en onderwijskundig beleid van de school via het adviesrecht en instemmingsrecht. Bovendien kan ze ongevraagd adviseren over activiteiten die zij wenselijk acht, bijvoorbeeld naar aanleiding van individuele voorvallen of klachten van ouders.

4.      In het algemeen is de school niet verplicht om met ouders te overleggen over zorgmaatregelen voor een leerling zolang geen externe ondersteuners of instanties betrokken zijn. Ervan uitgaande dat school en ouders partners zijn bij het oplossen van problemen, is wederzijds overleg wel zeer gewenst.

5.      Wettelijk is vastgesteld dat een handelingsplan (voor een individuele leerling of een groepje leerlingen) wordt opgesteld in voortdurende samenwerking met de ouders van de betreffende leerling(en).

6.      Op momenten dat externe instanties worden ingeschakeld, is contact met de ouders vereist. In een aantal gevallen is er expliciete mondelinge of schriftelijke instemming van ouders nodig, bijvoorbeeld voor het doen van diagnostisch onderzoek door een schoolbegeleider.

7.      Overplaatsing van een leerling naar een bovenschoolse voorziening, bijvoorbeeld een andere basisschool of een hulpklas, vereist de instemming van de ouders.

8.      Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat een kind het best kan worden opgevangen in een speciale school melden de ouders het kind aan bij de permanente commissie leerlingenzorg. De PCL bepaalt of plaatsing noodzakelijk is. Ouders kunnen tegen een negatieve beschikking van de PCL bezwaar aantekenen en eventueel in beroep gaan bij de rechtbank.

9.      De aanmelding van een leerling bij een speciale school (na een positieve PCL – beschikking) geschiedt door de ouders zelf. Als de PCL – beschikking voor onbepaalde tijd is afgegeven, behoeft eventuele latere terugplaatsing van een leerling naar de basisschool eveneens instemming van de ouders.

10. De complexiteit van zorgtrajecten kan tot gevolg hebben dat ouders nauwelijks kunnen meedenken of meebeslissen. De school moet zorgen voor begrijpelijke informatie en goede begeleiding. Om die reden verlopen contacten met ouders bij voorkeur via een vast persoon. Ook moet bij het nemen van beslissingen uitdrukkelijk rekening worden gehouden met de mening en wensen van de leerling.

 

 

Zorgactie:

Wijze waarop ouders betrokken moeten worden:

Beslissing:

Wettelijk verplicht

of afgeleid hiervan:

Niet vereist,

wel dringend gewenst:

Gewenst:

Extra zorg door de groepsleerkracht:

 

 

Ouders informeren, overleggen.

Leerling bespreken op groepsniveau:

 

 

Ouders informeren en over uitkomsten overleggen.

Leerling bespreken op schoolniveau:

 

Vooraf met ouders overleggen, achteraf informeren en / of overleggen.

 

Opstellen en uitvoeren van een handelingsplan:

In overleg met ouders opstellen en bijstellen.

Met ouders overleggen over uitvoerings-resultaten.

Schriftelijke informatie over wat een handelingsplan is.

Inzetten van ruime extra interne zorg vanuit de school:

 

Ouders informeren;

Overleggen.

 

Inschakelen van externe onderzoekers of ondersteuners:

Vooraf toestemming van ouders vereist; recht op inzage in de rapportage.

Schriftelijk informeren; overleg over onderzoeks-resultaten en plannen m.b.t. externe ondersteuning.

Vervolgoverleg.

 

 

Zorgactie:

Wijze waarop ouders betrokken moeten worden:

Beslissing:

Wettelijk verplicht

of afgeleid hiervan:

Niet vereist,

wel dringend gewenst:

Gewenst:

Aanmelding bij PCL:

Ouders melden aan; recht op het inwinnen deskundigen-advies; recht op inzage verstrekte gegevens aan PCL.

Overleg over aanmelding en vervolgprocedure; mening van ouders in het onderwijskundig rapport opnemen.

Schriftelijke informatie over PCL - werkwijze en vervolg-procedures.

Besluitvorming van PCL:

(rekening houdend met de wettelijke termijnen)

Eventueel horen van ouders; schriftelijk informeren over bevindingen en beschikking en over mogelijkheid van bezwaar en beroep.

Overleg tussen ouders en school over de beschikking en de gevolgen.

 

Aanmelding bij een speciale school:

Ouders melden aan.

Ouders melden aan bij wachtlijst: overleggen over tussentijdse opvang.

Informeren over wijze van contactlegging met speciale school.

Terugplaatsing naar basisschool:

Bij PCL eschikking voor onbepaalde tijd: instemming van

ouders vereist.

ouders begeleiden.

 

Bijlage Ia  Procedure terugplaatsing

 

1.      Ouders melden hun kind aan bij de PCL.

 

2.      De leerling wordt besproken in de PCL.

 

3.      De school voor speciaal basisonderwijs levert de informatie over de leerling.

 

4.      Wanneer er een terugplaatsingadvies wordt gegeven adviseert de PCL bij de keuze van de reguliere basisschool.

 

5.      De speciale basisschool informeert de ouders over het advies. De ouders kiezen de school.

 

6.      Na toestemming van de ouders neemt de speciale basisschool contact op met de gekozen school. Er vindt intensief contact tussen bao en sbo plaats. De betrokken bao-school geeft aan of ze de betrokken leerling kunnen opvangen en begeleiden.

 

7.      De toekomstige leerkracht bezoekt de leerling op de speciale basisschool. Ze maken kennis en de leerkracht observeert in de huidige groep van de leerling.

 

8.      De leerling bezoekt een dag zijn toekomstige school.

 

9.      Eerst volgt een proefperiode van 3 maanden. De leerling bezoekt de basisschool, maar blijft ingeschreven bij de speciale basisschool. In deze periode vindt overleg plaats tussen beide scholen. Ambulante begeleiding is mogelijk.

 

10. Wanneer na 3 maanden de terugplaatsing haalbaar blijkt, volgt een uitschrijving bij de speciale basisschool en inschrijving bij de gekozen basisschool.

Bijlage II:  Toelating, schorsing, verwijdering en Wet op de Leerling Gebonden Financiering (het ‘rugzakje’)

(Tekst aangeleverd door Stichting Surplus):

Toelating, schorsing en verwijdering leerlingen

In de Leerplichtwet is bepaald dat kinderen met ingang van de maand volgend op die waarin ze vijf jaar zijn geworden leerplichtig zijn. Ouders/verzorgers moeten hun kind dan aanmelden op een basisschool maar zijn vrij in de keuze van de school waar hun kind onderwijs volgt.

Ondanks de algemene toegankelijkheid van het openbaar onderwijs kan een openbare school een kind weigeren. Dat mag echter nooit gebeuren op grond van godsdienst of levensbeschouwelijke opvattingen. Het kan bijvoorbeeld wel als de integratie van een kind met een beperking op school onmogelijk blijkt.

 

Rugzakje

Op 1 augustus 2003 is de wettelijke regeling leerling-gebonden financiering (LGF) in werking getreden. Vanaf die datum kunnen leerlingen met een beperking, voorzien van een zogeheten ‘rugzak’ in het basisonderwijs worden geplaatst. In de ‘rugzak’ zitten de financiële en personele middelen om een leerling met een beperking met de nodige begeleiding te omringen en op te nemen in de school.

 

De nieuwe regeling schrijft voor dat, na aanmelding van een kind met een beperking, het schoolbestuur binnen een bepaalde periode over de toelating beslist. Uitgangspunt is de vrije schoolkeuze van ouders. Toelating gebeurt meestal op basis van de mogelijkheden op de school waar een leerling wordt aangemeld. Als een school de leerling geen plek kan bieden dan moeten eerst de mogelijkheden worden onderzocht op één van de andere scholen van hetzelfde bestuur. In veel gevallen blijkt de integratie van leerlingen met een beperking mogelijk. Per leerling zal echter afzonderlijk moeten worden vastgesteld of het onderwijs zo kan worden ingericht dat het aansluit op de behoefte van het kind.

 

Om voor een rugzak in aanmerking te komen, heeft uw kind een indicatie nodig.

Deze kunt u aanvragen bij de Commissie voor Indicatiestelling van het desbetreffende Regionale Expertisecentrum (REC). REC’s zijn onderverdeeld naar onderwijscluster (dat is naar het soort beperking) en naar regio. Informatie en adressen vindt u op www.oudersenrugzak.nl en op www.lcti.nl. Het nummer van de Rugzak Informatielijn is 030-297 06 89, bereikbaar op werkdagen van 9.30 - 13.30 uur.

 

Verwijdering

De wet schrijft voor dat als het bestuur (de school) een leerling wil verwijderen, eerst moet worden geprobeerd deze op een andere school onder te brengen. Als dat niet lukt is definitieve verwijdering toegestaan.

 

Voor toelating, schorsing of verwijdering van leerlingen gelden voor de school en het bestuur de wettelijke voorschriften. Op basis hiervan zijn voor het openbaar basisonderwijs van de scholen van Surplus nadere regels en procedure-afspraken vastgesteld. Dit zijn:

-         Regeling aanmelding en toelating leerlingen openbaar basisonderwijs Surplus

-         Regeling schorsing en verwijdering leerlingen openbaar basisonderwijs Surplus

De volledige tekst van de regelingen ligt ter inzage op de school.

 

Bijlage III: Hoofdluis

Op school is een ouderwerkgroep ter controle van hoofdluis ingesteld.

Bij een medewerkster van de Jeugdgezondheidszorg uit Den Helder heeft de groep een voorlichtingsbijeenkomst gevolgd. Samen met haar zijn een aantal afspraken gemaakt.

 

Doel: We willen er voor zorgen dat er geen luizenepidemie op school uitbreekt.

Luizen zullen er altijd zijn, omdat kinderen nu eenmaal veel lichamelijke contacten met elkaar hebben. Iedereen kan hoofdluizen krijgen. We willen er met z’n allen voor de ouders zijn, om te helpen bij het luizen probleem.

 

De werkgroep bestaat uit de volgende ouders: Karin van Hulle (coördinator), Jolanda Jongkind en Brenda Domper.

Zij zijn via school bereikbaar en staan ook in de telefoongids.

 

De werkwijze van de luizenwerkgroep:

1. Iedere maandagochtend na een vakantie gaan we alle groepen controleren. We vragen u er voor te zorgen dat uw kind met schone haren, zonder glitter of gel en vlechten op school verschijnt. 

De directie zorgt voor leerling-lijsten, waarop wij aan kunnen kruizen wie gecontroleerd is.

 

2. Als er in één van de groepen hoofdluis gevonden wordt, adviseren wij de hele school om hun jas en tas in afsluitbare plastic tassen (met rits), luizencapes of luizenzakken te doen. Leerkrachten zijn verantwoordelijk voor de hygiëne van de verkleedspullen. Leerkrachten wijzen kinderen er op na het speelkwartier en de gym hun jas en tas weer in te pakken.

3. De locatiecoördinator of leerkracht neemt contact op de ouders van kinderen waarbij luizen gevonden zijn met het verzoek het kind op te halen en te behandelen. Ouders krijgen een stappenplan mee waarin staat hoe ze moeten handelen in geval van hoofdluis.

 

4. Wij geven alle oudste kinderen van een gezin een brief mee waarin wij ouders informeren over het feit dat er luizen en/of neten gevonden zijn. De directie zorgt ervoor dat er (standaard-) brieven klaar liggen om de ouders van de leerlingen bij een nieuwe melding te informeren. De luizenwerkgroep kan deze kopiëren en uitdelen.

 

5. De directie licht de schoolschoonmaker in dat er hoofdluis heerst.

 

6. Na een week controleren wij opnieuw alle groepen. We blijven dit herhalen tot we geen luizen/ neten meer tegenkomen.

 

7. Wanneer uw kind bij een 3e controle opnieuw hoofdluis heeft, nemen wij in overleg met u contact op met de verpleegkundige van de GGD uit Den Helder. Zij kunnen u eventueel verder helpen het probleem uit de weg te ruimen.

 

Tips:

Wij raden u aan om het hele jaar door  2 keer per week uw kind te controleren door het haar te kammen met een luizenkam. Dit als onderdeel van de persoonlijke hygiëne, ongeacht of er luizen heersen op school of niet. Wij vragen u het te melden als u luizen of neten vindt zodat wij op school de controle kunnen verscherpen.

 

Ter voorkoming van besmetting via jassen/ tassen is het aan te raden een luizencape of luizenzak te gebruiken. Een luizencape is verkrijgbaar bij de apotheek of de thuiszorgwinkel. Ook op school kunt u een luizenzak kopen. Deze zijn verkrijgbaar voor € 2,50 per stuk bij de locatiecoördinator op bij Karin van Hulle. Er is keuze uit lime-groen of lichtblauw.

 

Wij raden u aan om, als er bij uw kind luizen gevonden zijn, personen op de hoogte te brengen waar u/ uw kind de laatste dagen geweest bent.

 

Let op!

Een kind waarbij hoofdluis is behandeld, mag daarna twee weken niet naar het zwembad. In het water zit namelijk chloor en dat maakt dat de lotions hun werking verliezen. Omdat de behandeling na 8 dagen herhaald moet worden, houden we twee weken aan.

 

Het ene kind blijkt meer gevoelig te zijn voor hoofdluis dan het andere. Zo is het ook met de middelen die je tegen hoofdluis kunt gebruiken.

Er zijn verschillende middelen in de handel:

a)    middelen die de stof malathion bevatten (bijv. Prioderm)

b)    middelen die de stof pyrithride bevatten (bijv. Loxazol)

Het is verstandig om de middelen af te wisselen om resistentie te voorkomen.

 

Zolang er neten in het haar zitten is het zaak om je kind regelmatig  te kammen met de speciale kam, tot alle neten uit het haar verdwenen zijn.

 

Tot slot.

Wanneer u nog vragen heeft over luizen dan zijn wij bereid om u te helpen. Het is ook een taak van ouders om hun kind regelmatig te controleren. Wees alert. Ook wij zien niet alles maar proberen zo goed mogelijk onze taak te verrichten. Samen komen we er vast uit.

Heeft u nog goede tips omtrent dit onderwerp dan horen wij dat graag.

 

Bijlage IV :Vakantieverlof

 

Tekst aangeleverd door RBL/RMC (bureau leerplicht)

Richtlijnen verlof buiten de schoolvakanties:

 

1.  Vakantieverlof (art.13a/art. 11 onder f)  

Een  verzoek  om  vakantieverlof  op  grond  van  artikel  13a  van  de  Leerplichtwet  1969  dient minimaal  acht  weken  van

tevoren bij de directeur/rector van de school te worden ingediend. De directeur/rector beslist over het verzoek.  

 

Verlof wordt slechts verleend indien

  wegens de specifieke aard van het beroep van één van de ouders het slechts mogelijk is buiten  de schoolvakanties

op vakantie te gaan en

  een werkgeversverklaring wordt  overgelegd waaruit  blijkt  dat  geen  verlof  binnen  de  vastgestelde  schoolvakanties

mogelijk is.       

                                                                                                                                                                          

Vakantieverlof mag, binnen deze voorwaarden: 

  éénmaal per schooljaar worden verleend en

  niet langer duren dan tien schooldagen. De wetgever heeft als standpunt dat een gezin in ieder schooljaar recht heeft

op een gezamenlijke vakantie van twee weken en

  niet plaatsvinden in de eerste twee lesweken van het schooljaar en

  als het de enige vakantie van de ouder(s)/verzorger(s) en het kind/de kinderen gezamenlijk in dat  schooljaar betreft.

 

2.  Andere gewichtige omstandigheden:  tien schooldagen per schooljaar of minder (art.14/art. 11 onder g.)                                             

Een  verzoek om extra  verlof  in geval  van andere gewichtige omstandigheden  voor  tien schooldagen per  schooljaar of

minder dient vooraf of uiterlijk binnen twee dagen na ontstaan van de verhindering aan de directeur/rector van de school

te worden voorgelegd.  Deze beslist over het verzoek.

 

Voor  'andere' gewichtige omstandigheden gelden de volgende richtlijnen:

  Voor verhuizing: maximaal één schooldag;

  Voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen, voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden: geen maximale

termijn;

  Voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwant  tot en met de 3e graad;

o  in Nederland maximaal één/twee schooldagen (binnen de regio één dag, buiten de regio twee dagen)  

o  in het buitenland maximaal vijf schooldagen;

  Bij ernstige  levensbedreigende ziekte zonder uitzicht op herstel van bloed- of aanverwant  tot en met de 3e graad:

geen maximale termijn;

  Bij overlijden van bloed- of aanverwant;

o  in de 1e graad maximaal vijf schooldagen

o  in de 2e graad maximaal twee schooldagen

o  in de 3e en 4e graad maximaal één schooldag

o  in het buitenland:  1e tot en met 4e graad maximaal vijf schooldagen;

  Bij  25,  40  of    50  jarig  ambtsjubileum  en  het    12  1/2,    25,  40,  50  en  60  jarig  huwelijksjubileum  van

ouder(s)/verzorger(s) of grootouders; maximaal 1 schooldag;

  Voor  andere  naar  het  oordeel  van  de  directeur/leerplichtambtenaar  gewichtige  omstandigheden,  maar  geen

vakantieverlof;  geen maximale termijn vastgesteld. 

                                                                                                                              

3.  Andere gewichtige omstandigheden: meer dan  tien schooldagen per schooljaar  (art.14/art.11 onder g.)                                                    

Een  verzoek  om  extra  verlof  in  geval  van  andere  gewichtige  omstandigheden  voor  meer  dan  tien  schooldagen  per

schooljaar dient minimaal zes weken van tevoren, via de directeur/rector van de school, aan de leerplichtambtenaar van

de woongemeente van de leerling te worden voorgelegd. De leerplichtambtenaar beslist over het verzoek (op grond van

art. 14, lid 3 van de Leerplichtwet 1969).

 

Verlof kan bijvoorbeeld worden verleend indien:

De ouders van de leerling een verklaring van een arts of een maatschappelijk werk(st)er kunnen overleggen waaruit blijkt

dat  verlof noodzakelijk  is op grond  van medische of sociale omstandigheden  van  (één van) de gezinsleden. Bepalend

toetsingcriterium  voor  ‘gewichtige  omstandigheden’  is  met  name  of  de  omstandigheden  buiten  de  wil  om  van  de

leerplichtige of zijn/haar ouders  zijn gelegen.

  

Waarschuwing:  

De directeur/rector van de school is verplicht de leerplichtambtenaar vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim te melden.

Tegen ouders die hun kind(eren) zonder toestemming van school houden, kan proces- verbaal worden opgemaakt.

 

RICHTLIJNEN VERLOF BUITEN DE SCHOOLVAKANTIES

De regelgeving hiervan is verscherpt omdat tè veel mensen tegenwoordig vakanties buiten het hoogseizoen boeken. Hierdoor wordt het leerproces van kinderen onderbroken, hetgeen extra werk voor de leerkrachten inhoudt. De directie is wettelijk verplicht zich aan de volgende zaken te houden:

 

Uw kind is leerplichtig en heeft 12 weken per jaar vakantie. In uitzonderingsgevallen kunt u om extra vakantieverlof vragen. Extra vakantieverlof kan slechts één maal per schooljaar worden toegestaan en bedraagt maximaal tien schooldagen.

Voor extra vakantieverlof van meer dan tien schooldagen is toestemming van de leerplichtambtenaar nodig.

 

Belangrijk is dat u kunt aantonen dat het voor het gezin niet mogelijk is in één van de reguliere schoolvakanties vakantie op te nemen (dus niet alleen naar de grote vakantie kijken).

 

Pas als u dit kunt aantonen, kan het verlof worden toegestaan. Vaak heeft u daarvoor een werkgeversverklaring nodig. Overigens kunt u nooit verlof krijgen voor de eerste twee lesweken van het schooljaar.
Wanneer u bij herhaling uw kind van school houdt voor vakantie zonder toestemming, bent u strafbaar. U kunt dan een geldboete van € 75,00 per kind per dag tot een maximaal bedrag van € 2268,90 of een maand hechtenis. Dit ligt in handen van de leerplichtambtenaar.

 

Hoe vraagt u vakantieverlof aan?

U kunt bij de directie een aanvraagformulier in drievoud en een werkgeversverklaring (zie volgende bijlage) verkrijgen. Met deze papieren kunt u bepalen of uw aanvraag rechtsgeldig is. Vakantieverlof dient u 2 maanden van te voren aan te vragen.

Mochten er geen gronden zijn voor toestemming, dan kunt u er zelf voor kiezen om toch te gaan. Een afschrift van uw aanvraag wordt opgestuurd naar de leerplichtambtenaar en de derde wordt bewaard bij de absentenadministratie. Verder wordt in de schooladministratie aantekening gemaakt van de dagen dat er sprake is van ongeoorloofd verzuim.

 


 

Openbare Basisschool "De Bijenkorf"

Melchiorstraat 41

1757 PM Oudesluis

Telefoon: 0224-221271

E-mail: directie@obsdebijenkorf.nl

Website: www.obsdebijenkorf.nl

Bijlage V: Werkgeversverklaring bij aanvraag extra schoolverlof

 

Dit formulier dient door de werkgever of diens vertegenwoordiger te worden ingevuld en ondertekend als een werknemer ten behoeve van een of meer kinderen verlof aanvraagt buiten de reguliere schoolvakanties.

 

Ondergetekende……………………………………………………………………

 

Functie ………………………………………………………………………………..

 

Bedrijf / organisatie…………………………………………………………………

 

Adres…………………………………………………………………………………..

 

Postcode /plaats……………………………………………………………………

 

Telefoon……………………………………………

 

Verklaart dat in geen enkele schoolvakantie verlof kan worden genomen

 

door medewerker………………………………………………………………

 

Vakantie:

Reden:

Herfstvakantie

 

 

Kerstvakantie

 

 

Voorjaarsvakantie

 

 

Mei vakantie

 

 

Zomervakantie

 

 

 

Plaats………………………………………….                 Datum    -    -   

Handtekening:

 

Bijlage VI : Omgangsregels/ pestprotocol

 

Inleiding.

De bedoeling van deze afspraken is om aan alle belanghebbenden duidelijk te maken wat de school preventief aan pesten doet. Daarnaast geeft de afsprakenlijst een overzicht van mogelijke aanpakstrategieën wanneer er gepest wordt. Het lukt het best iets tegen pesten te doen wanneer een ieder die er mee te maken heeft, meehelpt het probleem op te lossen. Als ouders of leerkrachten merken dat een kind gepest wordt is het belangrijk dat ze weten hoe te handelen.

 

Waar staan we voor.

Allereerst vinden we het belangrijk dat kinderen zich op onze school veilig en vertrouwd voelen. Kinderen moeten zich geaccepteerd weten op school, ook als ze misschien niet zo gemakkelijk leren of als hun gedrag een beetje anders is. Ze zullen zich dan makkelijker kunnen ontwikkelen.

Betrokkenheid van de ouders is daarbij één van de voorwaarden. Samenwerking tussen ouders en leerkrachten is van groot belang. Ouders zijn altijd welkom hun kind op school / in de klas te brengen, werk te bekijken en een praatje met de leerkracht te maken. Samen werken we aan de ontwikkeling van uw kind.

 

Uitgangspunten:

Omgaan met elkaar:

“Voor groot en klein zullen we aardig zijn”

Een regel voor bewegen binnen en buiten de school.

“Binnen de school is een wandelgebied en buiten hoeft dat lekker niet”

 

Omgaan met de materialen:

“We zullen goed voor de spullen zorgen, dan zijn ze weer te gebruiken morgen”

 

Signaleren.

Pestgedrag in een groep wordt besproken op de leerling-bespreking, zodat iedereen op de hoogte is. Daarnaast kunnen daar ideeën over mogelijke oplossingen uitgewisseld worden. Melden van pestgedrag aan een leerkracht is géén klikken.

 

Stappen bij blijvend pesten.

De preventieve aanpak heeft natuurlijk de voorkeur, we leggen de nadruk op hoe het wèl moet. Maar mochten zich situaties voordoe met blijvende problemen dan kunnen wij een beroep doen op materialen uit de pestkist van de OBD Noordwest-Holland of uit de methode “Kanjertraining” die we op school gebruiken.

Tegelijkertijd gaan wij bij problemen het gesprek aan met betrokkenen. In dat gesprek komt duidelijk de regelovertreding aan de orde en wordt samen met de pester naar mogelijkheden voor ander gedrag gezocht. De leerkracht evalueert het gedrag van de pester regelmatig met hem of haar. Ook de ouders van beide partijen zullen er in dit stadium opnieuw bij betrokken worden.

Zonodig gaat de leerkracht met de ouders/verzorgers van gepeste kinderen en pesters in overleg over mogelijkheden van externe hulpverlening. Bijvoorbeeld sociale vaardigheidstraining of een weerbaarheidcursus. In het zwaarste geval zou zelfs overwogen kunnen worden de pester tijdelijk te schorsen of definitief van de school te verwijderen.

 

De lijn:


Bijlage VII: Levensbeschouwelijk onderwijs op een openbare school

  1. De geschiedenis van het openbaar onderwijs

 

Het karakter van de openbare school

 

In de 19e eeuw was de openbare school een school met een algemeen christelijke signatuur, maar in het midden van die eeuw kwam er steeds meer verzet tegen het monopoliekarakter.

Het algemeen - christelijke karakter was voor zowel katholieken als gereformeerden niet langer aanvaardbaar.

 

In de lager onderwijs wet van 1920 werd voor het eerst de financiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs tot uiting gebracht. Vanaf dat moment mag er ook godsdienstonderwijs op de openbare scholen gegeven worden. Hoewel er in de wet sprake was van godsdienstonderwijs, bleek in de samenleving de behoefte te bestaan aan andere vormen van levensbeschouwing.

 

In latere wetten wordt ook genoemd eerbied hebben voor de godsdienstige begrippen van anders denkenden, en een bijdrage leveren aan de vorming op grondslag van waarden, in de Nederlandse traditie met name door christendom en humanisme erkend.

 

Na 1920 veranderde het karakter van het openbare onderwijs, de nadruk kwam te liggen op de neutraliteit. Dit hield in dat de leerkracht geen levensbeschouwelijk of godsdienstige opvattingen mocht uitdragen. Sinds de wet op het basisonderwijs is er gekozen voor actieve pluriformiteit.

De school krijgt nadrukkelijk de opdracht aandacht te schenken aan de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in onze samenleving. Met onderkenning van de betekenis van de verschillende waarden.

 

Het is belangrijk op een openbare school de discussie te voeren: zien wij onze school louter als leerinstituut of heeft onze school ook opvoedkundige taken? De vraag die dan wordt gesteld is “Besteden wij alleen aandacht aan kennisoverdracht of steken wij ook veel tijd in de in onze samenleving voorkomende waarden en normen?”

 

  1. Kenmerken van het openbaar onderwijs

 

Kenmerken van de identiteit van het openbaar onderwijs:

 

    1. Algemeen toegankelijk

Iedereen moet naar de openbare school kunnen, zonder onderscheid naar geslacht, land van herkomst, godsdienst, levensbeschouwing, politieke overtuiging, maatschappelijke opvattingen, inkomen, fysieke mogelijkheden of wat dan ook. De openbare school is een ontmoetingsplaats voor de verschillende levensbeschouwingen en biedt de gelegenheid tot een dialoog tussen leerlingen die verschillen in godsdienst, levensbeschouwing, afkomst en culturele achtergrond.

 

    1. Actieve pluriformiteit

De openbare school besteedt nadrukkelijk aandacht aan de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in onze Nederlandse multiculturele samenleving. Onze school wil kinderen niet alleen veel leren, maar ook zodanig vormen dat zij kunnen omgaan met vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en samenwerking.

 

    1. Bestuurd door de overheid

De openbare school wordt bestuurd door of namens de overheid. Dit kan de gemeente zijn, maar er zijn ook andere bestuursvormen mogelijk. Onze school maakt onderdeel uit van een stichting.

 

 

c. Verschil openbaar - bijzonder onderwijs

Er is een opvallend verschil tussen opvoeding binnen een openbare school en een school op basis van een godsdienstige levensbeschouwing. Beide scholen moeten leerlingen voorbereiden op hun maatschappelijk functioneren, maar zij doen dit vanuit een verschillende uitgangspositie.

De confessionele levensbeschouwelijke school voedt op vanuit een deelbelang. Het maatschappelijk functioneren is mede gericht op het behouden en eventueel versterken van het eigen gedachtegoed. Het openbaar onderwijs is daarentegen gericht op de samenhang in de maatschappij als geheel: op het samen leven van de verschillende overtuigingen en met name het samen vormgeven aan die samenleving. Het openbaar onderwijs is dus gelijkertijd gericht op het samen leven van verschillende overtuigingen (actieve pluriformiteit) als op het samen vormgeven aan deze maatschappij. Actieve pluriformiteit benadrukt niet alleen de verschillen tussen mensen maar vooral ook wat mensen gezamenlijk hebben, wat hen bindt. Wij spelen dan ook niet alleen in op de specifieke kenmerken van de schoolomgeving, maar eveneens op de levensbeschouwelijke, ethische en sociaal-culturele verscheidenheid van de samenleving als geheel.

 

 

Bijlage VIII: TSO beleid

 

Tussenschoolse opvang

 

Melchiorstraat 41

1757 PM  Oudesluis

0224-221271

www.obsdebijenkorf.nl

directie@obsdebijenkorf.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beleid

Tussen Schoolse Opvang

 

 

 

      

 

 

 

 

 

 

Pedagogisch beleid

 

van de Tussenschoolse Opvang Surplus

 

 

 

 

 

 

1. Inleiding

 

Wij vinden het belangrijk dat de TSO aansluit op het beleid van de school. Om verwarring te voorkomen, willen wij de omgangsregels van de TSO baseren op de waarden en normen die binnen de school ook gelden, met dat verschil dat de TSO vrije tijd van kinderen is.

 

Onze school is een openbare school. Dit betekent, dat de school open staat voor iedereen, met respect voor iedere culturele en/of levensbeschouwelijke achtergrond.

We werken aan een school waar rekening gehouden wordt met ieders achtergrond en individuele kwaliteiten en mogelijkheden.

Samen proberen we een goed sociaal-pedagogisch klimaat te scheppen waarin iedereen zich vertrouwd kan voelen en zich mede daardoor zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Naast de aandacht voor verstandelijke en cognitieve ontwikkeling vinden wij ook de ontwikkeling van de sociaal- emotionele vaardigheden van belang.

We vinden het belangrijk dat kinderen hun vaardigheden kunnen oefenen in de dagelijkse omgang. Daarom laten we kinderen hun problemen zelf oplossen als dat mogelijk is. Lukt dat niet dan proberen we in overleg tot een goede oplossing te komen. Daarin hebben we als volwassenen een voorbeeldfunctie.

 

2.Pedagogische visie

 

Als uitgangspunten nemen wij dat ieder kind:

 

·        een uniek wezen is, met eigen mogelijkheden en een eigen wil;

·        een natuurlijke drang heeft tot ontwikkeling, om zowel lichamelijk als geestelijk te groeien;

·        in vrijheid zijn mogelijkheden zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen;

·        de nodige vaardigheden wil verwerven om zich op zijn/haar gemak te voelen in de samenleving;

·        gericht is op interactie met zijn/ haar omgeving.

 

3. Doelstellingen

 

Aan de uitgangspunten willen wij bijdragen door:

 

omgeving door te zorgen voor rust, structuur, en duidelijkheid en door zo consequent mogelijk te zijn;

 

4. Plaats van de TS0

 

Wij zijn er als team TSO van overtuigd dat we tijdens de groepsopvang tussen de middag een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Daarom is het voor ons belangrijk om duidelijk te maken hoe we dat doen. In de volgende hoofdstukken zijn de belangrijkste punten benoemd. Wij bespreken in ieder geval jaarlijks het vastgestelde beleid zodat wij ook 'bij de tijd" blijven.

 

4.1 De middagpauze.

De middagpauze duurt van 12.00 uur tot.13.00 uur.

Bij binnenkomst melden de kinderen zich in de overblijfruimte.  Er wordt alert gereageerd als een kind niet aanwezig is. Hierbij worden de richtlijnen gevolgd zoals afgesproken in het protocol. Tijdens de TSO streven de leidsters ernaar een gezellige sfeer te scheppen waarin de kinderen zich veilig en vertrouwd voelen en waar kinderen zelf kunnen kiezen waarmee ze willen spelen, zowel binnen als buiten.

De leidsters zijn er alert op ieder kind voldoende aandacht te geven, door naar hun verhalen te luisteren en ze serieus te nemen.

Ook extra aandacht is er voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie met kinderen en ouders uit andere culturen. De leidster moet goed in kunnen spelen op taalproblemen en cultuurverschillen. Vaak hebben kinderen andere gewoonten en normen en waarden. Bij drukke kinderen wordt getracht de aandacht niet teveel op het negatieve gedrag te vestigen, maar ze te belonen voor hun goede bedoelingen. We proberen ze te bereiken door positieve aandacht. Op deze manier hopen we dat ze geleidelijk aan minder storend gedrag gaan vertonen.

Wangedrag en pesten worden absoluut niet getolereerd tijdens de TSO. Kinderen worden hierop altijd aangesproken en er wordt duidelijk gemaakt dat dit gedrag niet geaccepteerd wordt.

Bij pesten wordt gehandeld volgens het pestprotocol. De coördinator zal altijd contact opnemen met de leerkracht en de ouders als dit gedrag zich voordoet. Ook zal de coördinator contact opnemen met de leerkracht en de ouders van het slachtoffer.

Bij een racistische en/of discriminerende houding in gedrag en taalgebruik zal ook op dezelfde manier worden gehandeld.

Bij ernstig grensoverschrijdend gedrag kunnen wij in overleg besluiten een kind de toegang tot de TSO te weigeren.

 

4.2 Eten en drinken

De lunch is een sociaal gebeuren waarbij een gezellige sfeer aan tafel stimulerend werkt. Kinderen mogen in alle rust en in hun eigen tempo eten. Op de TSO wordt de kinderen geleerd basale tafelmanieren in acht te nemen zoals: aan tafel blijven zitten tijdens het eten, niet met volle mond praten, niet boeren of andere ongepaste geluiden maken, geen tassen op tafel, enz.

Sommige kinderen hebben moeite met eten. De leiding probeert het kind te stimuleren door een doel met het kind af te spreken. Het kan best een keer gebeuren dat een kind zich niet zo lekker voelt en daarom niet wil eten. In dat geval zal de leidster een briefje voor de ouders achterlaten in de broodtrommel.

Als kinderen structureel moeilijk eten dan wordt met de ouders overlegd.

Is een kind echt ziek, dan zal de coördinator contact zoeken met de leerkracht en de ouders. Een kind is dan vaak thuis beter af. Ouders worden dan verzocht hun kind op te halen.

Het is belangrijk dat we weten waar de ouders te bereiken zijn. Het invullen en actueel houden van het aanmeldingsformulier is daarom noodzakelijk.

Om de zelfredzaamheid en het verantwoordelijkheidsgevoel te stimuleren ruimen kinderen zoveel mogelijk zelf op als ze geknoeid hebben en zetten ze de TSO spullen zelf weer terug. Ook hun eigen spullen ruimen ze op en doen ze in hun tas.

 

4.3 Veiligheid en hygiëne

Veiligheid is een onderwerp waar we continu aandacht voor hebben. Als er zich onveilige situaties voordoen dan wordt dit (schriftelijk) gemeld aan de coördinator. In overleg met het TSO-team en/of het schoolteam wordt gezocht naar verbetering.

Dat zal niet kunnen voorkomen dat er ooit een ongelukje met een kind gebeurt. Daarom heeft alle leiding kennis van kinder-EHBO, en er is een EHBO-trommel zodat we klein letsel zelf kunnen behandelen. In ergere gevallen worden de ouders onmiddellijk geïnformeerd. Ook om die reden is het belangrijk dat zij bereikbaar zijn.

 

Wat zijn de regels rond handen wassen en tanden poetsen? Goede lichamelijke verzorging en hygiëne zijn belangrijk voor de gezondheid van het kind. De kinderen wordt geleerd dat hygiëne hoort bij bepaalde activiteiten en op vaste momenten, zodat het een gewoonte wordt. Bijvoorbeeld handen wassen voor het eten en na gebruik van het toilet.

Voor het verzorgen van het gebit gaan we er vanuit dat twee keer poetsen per dag voldoende is (advies Ivoren Kruis), en dat dit thuis gebeurt. Als ouders het belangrijk vinden dat er ook na de lunch gepoetst wordt dan moeten zij dit zelf met hun kind afspreken en een tandenborstel meegeven.

 

 

Wat zijn de regels rond toiletbezoek? Tijdens de TSO worden de kinderen gestimuleerd om zo veel mogelijk zelf te doen. Kleuters worden voor het eten begeleid naar het toilet, maar ze beslissen uiteindelijk zelf of ze gaan, en wanneer ze gaan.

De oudere kinderen bepalen dat helemaal zelf. Onder het eten mogen ze niet van tafel, dus ook niet voor toiletbezoek.

Bij een 'ongelukje' wordt het kind door de leidster zo nodig getroost en geholpen. Voor de kleuters is er altijd wat reservekleding op school. Eventuele negatieve reacties van andere kinderen worden gecorrigeerd; de leidster leert kinderen begrip en respect te hebben voor elkaar.

 

4.4  Activiteiten en speelgoed

De tijd die de kinderen op de TSO doorbrengen beschouwen wij als 'vrije tijd' van kinderen. De kinderen bepalen in principe zelf wat ze willen gaan doen en met wie.

We stimuleren daarbij samenspel, en we bemiddelen indien nodig bij problemen.

Door goed naar de kinderen te luisteren en ze serieus te nemen is het mogelijk de activiteiten (zowel de individuele als de groepsgerichte) af te stemmen op de wensen en de mogelijkheden van de kinderen.

Activiteiten kunnen zich zowel binnen als buiten afspelen, bijvoorbeeld picknicken. Individuele activiteiten zijn er op gericht het kind met plezier te laten spelen.

Door het werken in gemengde groepen leren de kinderen spelenderwijs om samen te werken met anderen, elkaar te helpen, zich aan regels te houden en te wachten op hun beurt.

De leiding heeft een sturende, corrigerende of bemiddelende rol bij het oplossen van problemen. We ondersteunen de kinderen in het zelf oplossen van de ruzies en conflicten. Maar we grijpen in als er lichamelijk of verbaal geweld wordt gebruikt. Dit zien wij als grensoverschrijdend gedrag.

Wij bieden speelgoed aan omdat het prettig is om in de pauze even bezig te zijn met iets wat je leuk vindt. Veel kinderen die naar de TSO komen hebben behoefte aan bewegen. Ze moeten kunnen rennen, klimmen en klauteren.

 

Het is belangrijk dat kinderen leren omgaan met materialen van anderen, in dit geval de TSO/school. Hierbij gaat het niet alleen om het gebruik ervan maar ook het opruimen en eventueel schoonmaken. Zo deelt ieder kind mee in de verantwoordelijkheid voor de verzorging van de materialen.

Kinderen worden ook aangesproken op hun verantwoordelijkheden. Aan de afspraak 'Eerst zelf je speelgoed opruimen wanneer je iets anders wilt gaan doen', moet iedereen zich houden. Desnoods halen we de kinderen terug van het schoolplein als ze zonder op te ruimen naar buiten zijn gegaan.

 

 

4.5  De ruimte

Tijdens de TSO wordt gebruik gemaakt van het reserve lokaal.

De ruimte wordt door de leidsters na de TSO opgeruimd en schoon achter gelaten.

 

4.6 Communicatie

Voor leiding onderling en leiding en leerkrachten is een goede overdracht van belang voor het welzijn van het kind.

Ook een goede communicatie tussen TSO-Ieiding en ouders is essentieel voor een optimale opvang van het kind. Bij problemen neemt de coördinator contact op met de ouders. Andersom zien we graag dat ook ouders ons via de coördinator informeren in geval van bijzondere situaties.

Zowel leiding als ouders zijn verantwoordelijk voor het nakomen van afspraken. Te denken valt aan bijvoorbeeld het tijdig afmelden van kinderen en het op tijd verstrekken van relevante informatie.

Mochten zich problemen voordoen met de kinderen dan zal de leid(st)er met haar/zijn collega's en eventueel de leerkracht overleggen en zal de coördinator daarna contact zoeken met de ouders om naar oplossingen te zoeken

Bijzonderheden over de kinderen worden bijgehouden in een werkmap. Voor een goede begeleiding is het belangrijk dat de leiding zich daarvan op de hoogte stelt.

De volgorde van handelen door de leiding in bepaalde situaties staat beschreven in diverse protocollen (ongevallen, pesten en vermissing van een kind).

Wij hechten veel waarde aan de privacy van de ouders en hun kinderen. De leiding gaat daarom zorgvuldig en vertrouwelijk om met gegevens

De leiding stelt zich open op ten aanzien van deskundigheidsbevordering door het bijhouden van nieuwe ontwikkelingen, het volgen van scholing en het deelnemen aan overlegvormen.

 

5. Tot slot

 

Wij hopen met dit beleidsstuk inzicht te hebben gegeven in onze werkwijze. Het belangrijkste voor ons is dat de kinderen met plezier overblijven.

Daar gaan we voor!

 

Voor vragen en/ of opmerkingen, tips en suggesties staan wij open.

 


               

 

Tussenschoolse opvang

Melchiorstraat 41

1757 PM  Oudesluis

0224-221271

www.obsdebijenkorf.nl

directie@obsdebijenkorf.nl

 

Bijlage: Omgangsregels in de TSO

 

Regels tijdens het eten voor de kinderen

 

Voor TSO-medewerkers en kinderen is het belangrijk om een aantal afspraken te maken waardoor duidelijk wordt hoe men met elkaar omgaat. Dit geldt zowel bij het eten als bij het spelen.

1.                 Ik schop of sla geen andere kinderen.

2.                 Ik ben voorzichtig met de spullen van een ander.

3.                 Ik kom op tijd bij de TSO.

4.                 Bij de TSO praat ik normaal met andere kinderen.

5.                 Ik behandel anderen zoals ik zelf behandeld wil worden.

6.                 Ik lach met andere kinderen, maar nooit om andere kinderen.

7.                 Ik blijf van het eten van andere kinderen af.

8.                 Als een ander praat ben ik stil en laat ik diegene uitpraten.

 

Spelregels voor binnen en buiten

 

1.                 Ik schop of sla geen andere kinderen.

2.                 Ik ben voorzichtig met de spullen van een ander.

3.                 Ik doe geen vechtspelletjes.

4.                 Ik trek niet aan de kleren van andere kinderen.

5.                 Ruzies probeer ik eerst zelf op te lossen. Ik ga naar de leiding wanneer dit niet lukt.

6.                 Als ik wil dat kinderen stoppen met een voor mij vervelend spel, dan zeg ik duidelijk: ´Stop hiermee, ik vind het niet leuk meer.´

Dat betekent het volgende in andere woorden

 

1.                 Hand in hand oké, slaan schoppen en duwen daar doen we niet aan mee. We spelen op de TSO samen; slaan, schoppen, duwen en dit bij een ander terugdoen vinden we niet goed. Stoeien mag op de afgesproken plaatsen en spelletjes waarbij kinderen elkaar bij de arm vastpakken ook.

2.                 Spullen van jou, spullen van mij, zorg ervoor dan blijven we blij.

Voor ons is het belangrijk dat kinderen leren om zorgvuldig om te gaan met spullen van zichzelf en anderen. Ook het samen verantwoordelijk zijn voor het opruimen en het zorgen voor het TSO-materiaal hoort daarbij.

3.                 Lachen is fijn, uitlachen doet pijn.

            We lachen samen, een ander uitlachen doen we niet.

4.                 Zegt een ander iets, zeg dan even niets. Een regel met meerdere betekenissen; als iemand iets lelijks tegen je zegt, reageer dan even niet. Als iemand anders iets vertelt, praat er dan niet doorheen. Kinderen leren door deze regel even na te denken voordat ze reageren op wat er is gezegd.

5.                 Kun je het even niet alleen, dan zijn er anderen om je heen.

Kinderen mogen hulp vragen als ze ergens niet uitkomen. Ook doet de regel een beroep op kinderen om goed te kijken of er iemand in de buurt hulp nodig heeft,ook al vraagt hij of zij er niet om; hulp kun je ook aanbieden.

6.                 Bij het spelen binnen / buiten, mag ik niemand buiten sluiten.

Het leren samen leven kan bij uitstek in een groep; op je eigen benen staan is goed, alleen staan soms heel pijnlijk. Je mag wel grenzen aangeven.

7.                 Doet een ander iets goed, geef een pluim op zijn / haar hoed!

Deze regel spreekt voor zich, en helpt kinderen in het ontwikkelen van hun sociale attentie.

 

 

 

Tussenschoolse opvang

Melchiorstraat 41

1757 PM  Oudesluis

0224-221271

www.obsdebijenkorf.nl

directie@obsdebijenkorf.nl

 

Bijlage: Aanmeldingsformulier Tussenschoolse opvang

 

Het aanmelden van uw kind voor de tussenschoolse opvang (het overblijven) moet elk schooljaar opnieuw gebeuren door middel van het aanmeldingsformulier.

 

Aanmelden voor de dagen;

 

  maandag               dinsdag                   woensdag              

  donderdag               vrijdag

  incidenteel

 

 

Naam kind:…………………………………………………………….

 

Naam kind:…………………………………………………………….

 

Naam kind:…………………………………………………………….

 

 

Waar bent u bereikbaar als er iets gebeurt tijdens het overblijven:

 

Tel.thuis:…………………………………..Mobiel:……………………………………………………..

 

Tel.werk:………………………………………………………

 

In geval van nood bellen:……………….........................

 

Huisarts:………………………………………………….Tandarts:……………………………………

·         Als u wilt dat wij u kind medicijnen laten innemen of toezicht houden op het gebruik van

             Medicijnen, wilt u ons daarvoor schriftelijk toestemming geven.

·         Zijn er bijzonderheden die de leidster moet weten bij het uitoefenen van haar taak, bv een dieet of allergieën van uw kind?...........geef het aan ons door.

·         Als uw kind(eren) tijdens een overblijf om welke reden dan ook, niet aanwezig is/zijn, wilt u dit dan middels de intekenlijst of telefonisch (Daniëlla de Haan) aan ons doorgeven voor deze dag. Dus niet aan de leerkracht. De verantwoordelijkheid tijdens de overblijf ligt nl. bij ons en niet bij de leerkrachten.

 

Door het ondertekenen van dit formulier verklaart u zich akkoord met onze regels.

Naam ouder/verzorger:………………………………………..

Datum:…………………………………………………………..

Handtekening:…………………………………………………..

 

Bijlage IX Gemeentelijke subsidies:

 

Deze bijlage is aangeleverd door de gemeente Zijpe.

 

A Kosten kinderopvang (sociaal medische indicatie)

Er zijn situaties dat kinderopvang nodig is omdat de ouder (tijdelijk) niet in staat is om voor het kind te zorgen of omdat het voor het kind nodig is om op de kinderopvang geplaatst te worden.

Voorliggende voorzieningen

Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. De Wet kinderopvang voorziet voor werkenden en voor bij de wet aangewezen doelgroepen in de kosten van kinderopvang. De mensen die tot de aangewezen doelgroep behoren zijn met name: uitkeringsgerechtigden die een reïntegratie-traject volgen, inburgeraars en studenten die een kind verzorgen. Als een van de ouders tot de doelgroep behoort en de andere ouder is thuis dan bestaat er geen recht op een vergoeding voor kinderopvang, omdat de ouder die thuis is voor het kind kan zorgen.

Een passende voorliggende voorziening kan afhankelijk van de situatie ook aanwezig zijn in de vorm van:

-          Opvang in een dagcentrum dat door de AWBZ wordt gefinancierd of een PGB;

-          plaatsing op een medisch kinderdagverblijf;

-          plaatsing op de peuterspeelzaal voor meer uren dan gebruikelijk;

-          een door de ouder zelf geregelde gratis kinderopvang in bijvoorbeeld familie- of kennissenkring.

Hoogte bijzondere bijstand

De hoogte van de bijzondere bijstand is het bedrag dat berekend wordt met behulp van de site van belastingdienst toeslagen – kinderopvang.

 

 

B Kosten peuterspeelzaal

De kosten bestaan uit de bijdrage die betaald moet worden aan de peuterspeelzaal. 

Voorliggende voorzieningen

Er is geen voorliggende voorziening. De kosten voor 2 dagdelen per week behoren tot de algemeen noodzakelijk kosten van het bestaan en moeten betaald kunnen worden van de bijstandsnorm.

Er is recht op bijzondere bijstand als het in verband met de situatie van de ouder of het kind noodzakelijk is dat het kind voor meer dan 2 dagdelen per week naar de peuterspeelzaal gaat. Er is dan sprake van bijzondere omstandigheden.

Hoogte en duur bijzondere bijstand

-          De hoogte van de bijstand is gelijk aan de kosten.

-          De bijstand wordt maandelijks betaald. Om tot een maandbedrag te komen wordt aan de peuterspeelzaal gevraagd hoeveel weken er per jaar vakantie is.
Te betalen maandbedrag = kosten per week x aantal weken per jaar dat de peuterspeelzaal open is : door 12 maanden.

-          De duur is gelijk aan de duur van de noodzaak of tot het kind naar de basisschool gaat.

 

 

C Computers

In het kader van de actie “Kinderen doen mee” van het Ministerie van SZW worden aan gezinnen met schoolgaande kinderen computers in natura verstrekt. Kinderen uit arme gezinnen moeten dezelfde kansen krijgen als kinderen uit andere gezinnen. Zodra kinderen voldoende leesvaardigheid hebben is het goed voor hun ontwikkeling dat ze thuis op een computer kunnen werken. 

Voorliggende voorzieningen

Een computer is in de regel een artikel dat van een bijstanduitkering gekocht moet kunnen worden. Voor schoolgaande kinderen is het evident dat er een computer aanwezig is. In verband daarmee wordt er niet geëist dat er voor gereserveerd moet worden. Draagkrachtregel voor bijzondere kosten in van toepassing. Tot 110% geen draagkracht en bij een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm is de helft van het inkomen draagkracht.

-          Het gezin met schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs tot 18 jaar heeft recht op één computer.

-          De leeftijd op datum aanvraag is bepalend voor het recht.

-          Er kan eens in de vijf jaar een computer verstrekt worden.

-          De computer wordt in natura verstrekt door More for Less te Schagen.

-          Verstrekking bestaat uit een computer met basisprogramma Word, Excel en Powerpoint en printer.

-          De computer wordt door de leverancier thuis geplaatst.

-          Betaling aan More for Less wordt gedaan na inlevering van de nota.

 

Als niet noodzakelijke kosten worden beschouwd: 

-          De vervanging van een computer die niet ouder is dan vijf jaren.

Hoogte bijzondere bijstand

De computer wordt in natura verstrekt.  De prijs is € 699,--.

 

 

D Participatie van kinderen

Gezinnen met schoolgaande kinderen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs

tot 18 jaar. Het kind dat bij het begin van het schooljaar18 jaar is behoort tot de doelgroep. De leeftijd op moment van aanvraag is niet bepalend. Het kind dat in de loop van het schooljaar 19 wordt, behoort tot de doelgroep, ook al is het op dat moment niet meer een ten last komend kind.   

De kosten

Kosten in verband met school die niet worden betaald door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) . Een schoolreisje, geld voor het schoolfonds, een boekentas, kosten in verband met werkweken, deelname aan buitenschoolse activiteiten etc. De bijdrage is ook bedoeld voor lidmaatschap van sportverenigingen.

De hoogte van het bedrag

Kind in het basisonderwijs € 212,00 per schooljaar.

Kind in het voortgezet onderwijs € 281,00 per schooljaar.

 

Bijlage X: Verklarende woorden en afkortingslijst

ADV                                       Arbeidsduurverkorting

 

Ambulante begeleider     Leerkracht uit het speciaal onderwijs, die de groepsleerkracht ondersteunt bij kinderen met leermoeilijkheden.

 

Begrijpend lezen                Het leren begrijpen van een tekst door het beantwoorden van vragen hierover.

 

BSO                                        Buiten Schoolse Opvang. Vanaf het schooljaar 2007-2008, moet de school aangeven hoe dat is verzorgd voor de kinderen die aan school zijn verbonden.

 

CITO                                      Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling

 

Combinatiegroepen         Twee of meer groepen die samengevoegd worden.

 

Documentatiecentrum      Plaats waar informatie kan worden verzameld.

 

Flexibele klassenorganisatie Een klassenorganisatie waarbij de zelfstandigheid van de leerlingen bevorderd wordt, zodat de leerkracht meer individuele hulp kan bieden.

 

Formatie                               Het aantal leerkrachten, dat op de school ingezet kan worden op basis van het leerlingaantal op 1 oktober van het jaar ervoor.

 

GGD                                      Gewestelijke Gezondheids Dienst.

 

GMR                                      Gemeenschappelijke Medezeggenschap Raad.

 

GSG                                       Gemeentelijke Scholen Gemeenschap.

 

Handelingsplan                   Hierin staat beschreven welke extra hulp een kind met bepaalde leerproblemen voor kortere of langere periode binnen de school krijgt.

 

Heterogene groepen        Groepen leerlingen die uit verschillende leerjaren zijn samengesteld.

 

Homogene groep              Leerlingen die in hetzelfde leerjaar zitten.

 

ICT                                          Informatie en Communicatie Technologie ( de computers enz. ) 

 

Intern begeleider               Eén van de vaste leerkrachten die speciaal belast is met het volgen van de ontwikkeling van kinderen die extra hulp nodig hebben; samen met de groepsleerkracht maakt ze eventueel een handelingsplan; bovendien draagt ze zorg voor het afnemen van periodieke toetsen.

 

Indicatie                               Leerlingen met een “handicap” moeten een indicatie hebben om naar het speciaal onderwijs te kunnen gaan . Deze indicatie kan soms ook gebruikt worden om extra hulp op een reguliere basisschool in te kopen. Aanvraag hiervan gebeurt altijd door de ouders.

 

Kennisnet                              Een ICT instantie, speciaal gericht op het onderwijs; het is o.a. een bron van informatie voor leerlingen, leerkrachten en ouders; een deel van het net is voor iedereen bereikbaar via internet, een ander deel is alleen voor de aangesloten scholen toegankelijk.

 

Kerndoelen                          Wettelijke omschrijving van wat in elk geval aan leerstof moet worden aangeboden.

 

Klachtenprocedure           Regeling t.a.v. klachten.

 

Klassendienst                       Het meehelpen in de klas, zoals planten water geven, schriften uitdelen e.d.; wekelijks worden hiervoor twee kinderen aangewezen.

 

Klassengesprek                   Een gesprek met de leerlingen over een bepaald onderwerp, waarbij zij hun eigen mening leren weergeven en leren luisteren naar anderen.

 

Logopediste                        Iemand die kinderen helpt met problemen op het gebied van spraak- en taalontwikkeling.

 

LOM                                       Onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedings-moeilijkheden.

 

MLK                                        Onderwijs voor moeilijk lerende kinderen.

 

MR                                         Medezeggenschapsraad.

 

Multiculturele samenleving         Samenleving, waarin mensen verschillen van geloof, cultuur en huidskleur.

 

Niveaulezen/avi lezen:      Het lezen van boeken met een moeilijkheidsgraad waar het kind op een bepaald moment volgens een afgenomen toets aan toe is.

 

OBD                                       Onderwijsbegeleidingsdienst.

 

OVMJK                                 Ontwikkeling Volg Model Jonge Kinderen.

 

PABO                                     Pedagogische Academie voor de opleiding van leraren voor het Basisonderwijs.

 

PCL                                        Permanente Commissie Leerlingenzorg.

 

Rapportbespreking            Gesprek met de leerkracht(en) over de vorderingen van uw kind(eren).

 

REC                                        Regionaal Expertise Centrum.

 

Remedial teacher              Een leerkracht of schoolbegeleider die werkt met kinderen die speciale aandacht en zorg nodig hebben, meestal bij lezen, taal of rekenen.

 

SBO                                        School voor Speciaal Basis Onderwijs.

 

Schoolproject                     Afgerond leerstofonderdeel; onderwijs aangeboden rondom een thema.

 

Stelonderwijs                       Het leren schrijven van teksten en samenvattingen.

 

Studiedag (tweedaagse)  Studiedag of dagen die de leerkrachten gebruiken om zich te verdiepen in onderwijszaken.

 

Triade                                    Centrum voor kunst en educatie te Den Helder.

 

TSO                                         Tussen Schoolse Opvang. De nieuwe term voor overblijven.

 

Vak- en vormingsgebieden         Alle leerstof die in de verschillende vakken aan de orde komt. Dit wordt ook wel het aanbod genoemd.

 

VOL-lezen:                            Voorspellend leren lezen. Aan de hand van de plaatjes en het verhaaltje achterop een boek voorspellen hoe het verhaal gaan.

 

V V E:                                     Vroegschoolse educatie wordt voorafgaand aan de schoolperiode geboden in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven en valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten.

Vroegschoolse educatie is het programma gericht op het aanleren van de voorwaarden voor het succesvol doorstromen in het basisonderwijs dat wordt verzorgd in groep 1 en 2 van de basisschool, als vervolg op vroegschoolse educatie.

VVE is Voor- en vroegschoolse educatie en is de verzamelnaam voor de methodische en systematische ondersteuning van de ontwikkeling van kinderen van 2 to 6 jaar. Het doel van V V E is het verbeteren en stimuleren van de ontwikkeling en groeikansen van jonge kinderen.

Wij gebruiken “Boekenpret”; 2x per jaar krijgen de kinderen een boek mee naar huis en op school doen we rond dit boek een project. Dit programma wordt ingezet ter bevordering van de taalontwikkeling en woordenschat.

 

Samen Naar School           Samenwerkingsproject met het speciaal onderwijs dat beoogt kinderen met leermoeilijkheden in de eigen basisschool met extra hulp te ondersteunen om zo doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs zo veel mogelijk te beperken.

Zelfstandig werken           Een manier van werken waarbij het kind zelf probleemoplossend bezig is.